Faillissement (lesstof)

De docent gaf aan dat het faillissement uit de les gekend moet zijn (Cluyse: "zie les"). De wettelijke basis vind je in Boek XX van het Wetboek Economisch Recht (WER), titel 8.

1. Wat is een faillissement?

Definitie: Het faillissement is een collectieve gerechtelijke procedure die wordt geopend tegen een onderneming die op duurzame wijze haar schulden niet meer kan betalen en wier krediet geschokt is. Het doel is om het vermogen van de onderneming te gelde te maken en de opbrengst evenredig te verdelen onder de schuldeisers (par condicio creditorum).

Vanaf de invoering van Boek XX WER (1 mei 2018) zijn ook vrije beroepers, bestuurders en zelfs maatschappen failliet verklaarbaar — niet langer enkel handelaars.

2. De twee faillissementsvoorwaarden

Een rechtbank kan iemand pas failliet verklaren als beide voorwaarden vervuld zijn:

Voorwaarde 1 — Duurzame staking van betaling

De schuldenaar is niet meer in staat zijn opeisbare schulden te betalen, en die toestand is niet voorbijgaand. Eén onbetaalde factuur volstaat niet — het moet gaan om een structureel probleem.

Voorwaarde 2 — Geschokt krediet

De bereidheid van schuldeisers, leveranciers en banken om de onderneming nog krediet of uitstel van betaling te verlenen is verdwenen. Niemand wil nog leveren op rekening, banken weigeren extra financiering.

3. Wie kan het faillissement aanvragen?

4. Verloop van de procedure

Stap 1 — Het vonnis van faillissement

De ondernemingsrechtbank spreekt het faillissement uit. Vanaf dat moment:

Stap 2 — Aanstelling curator(en) en rechter-commissaris

Stap 3 — Aangifte van schuldvorderingen

Schuldeisers moeten hun vordering aangeven via het Centraal Register Solvabiliteit (RegSol) binnen de in het vonnis bepaalde termijn (meestal 30 dagen). Te laat aangegeven schuldvorderingen blijven geldig, maar krijgen pas uitbetaling na de rangrechters.

Stap 4 — Beheer en vereffening

De curator:

  1. Maakt een inventaris.
  2. Verkoopt activa (onroerend goed, voorraad, machines).
  3. Int openstaande vorderingen.
  4. Beëindigt lopende overeenkomsten.

Stap 5 — Verdeling onder schuldeisers

Volgens een wettelijke rangorde:

  1. Boedelschulden (kosten faillissement, lonen curator).
  2. Bevoorrechte schuldeisers (RSZ, fiscus, werknemerslonen).
  3. Hypothecaire en in pand gegeven schuldeisers.
  4. Algemene voorrechten.
  5. Gewone (chirografaire) schuldeisers — meestal weinig overschot.

Stap 6 — Sluiting van het faillissement

5. Gevolgen voor de gefailleerde

Voor natuurlijke personen (eenmanszaak)

Voor rechtspersonen (BV, NV, CV, VOF, CommV met RP)

Beroepsverbod

De rechtbank kan een beroepsverbod uitspreken (max. 10 jaar) wanneer ernstige fouten worden vastgesteld.

6. Onderscheid faillissement vs. gerechtelijke reorganisatie

Faillissement Gerechtelijke reorganisatie (GRP)
Doel Vereffenen + verdelen onder schuldeisers Continuïteit redden
Vereiste Duurzame staking betaling én geschokt krediet Continuïteit bedreigd
Beheer onderneming Curator neemt over Schuldenaar blijft in beheer (debtor in possession)
Activiteit Wordt stopgezet Loopt in principe door
Eindresultaat Liquidatie Akkoord met schuldeisers of overdracht onder gerechtelijk gezag

Een onderneming kan dus eerst een gerechtelijke reorganisatie proberen; pas wanneer die mislukt, volgt het faillissement.

7. Quick recap voor het examen