Deel 2, Hoofdstuk 2 — De Besloten Vennootschap (BV)

Wettelijke basis: Boek 5 WVV (art. 5:1 t.e.m. 5:158 WVV) Voorganger: vervangt de vroegere BVBA (Besloten Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid) sinds de inwerkingtreding van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) op 1 mei 2019 (overgangsregime tot 1/1/2024). Statuut: De BV is sinds het WVV de basisvorm van het Belgische vennootschapsrecht en is veruit de meest populaire vennootschapsvorm. Zij is zo flexibel ontworpen dat zij geschikt is voor een eenmansondernemer én voor (sinds het WVV ook) een beursgenoteerde vennootschap.


1. Begrip en algemene kenmerken

1.1 Definitie

De Besloten Vennootschap (BV) is een vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid, opgericht door één of meer personen (natuurlijke personen of rechtspersonen) die een inbreng doen, met een geoorloofd voorwerp, met als doel aan haar vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel uit te keren of te bezorgen.

1.2 Essentiële kenmerken

Kenmerk Inhoud
Rechtspersoonlijkheid Volkomen — afgescheiden vermogen, eigen rechten en verplichtingen
Aantal oprichters Minstens 1 (eenmans-BV is mogelijk) — natuurlijke personen én/of rechtspersonen
Kapitaal GEEN kapitaal (revolutionair onder WVV) — vervangen door eigen vermogen en toereikend aanvangsvermogen
Aansprakelijkheid aandeelhouders Beperkt tot de inbreng
Aandelen In principe op naam (sinds WVV ook gedematerialiseerd mogelijk) — niet vrij overdraagbaar (besloten karakter)
Oprichtingsakte Verplicht notariële akte
Duur In principe onbepaalde duur (art. 5:157 WVV)
Aanvullend recht Veel statutaire flexibiliteit — het WVV biedt een ruime contractsvrijheid
Beursnotering Nieuw onder WVV: een BV kan beursgenoteerd zijn (was vroeger voorbehouden aan de NV)

1.3 Plaats in het vennootschapsrecht

De BV is een kapitaalvennootschap (in tegenstelling tot de personenvennootschappen zoals maatschap, VOF en CommV), maar met een sterk intuitu personae-karakter dankzij het besloten karakter van de aandelen. Zij combineert dus elementen van beide categorieën, wat haar uitermate flexibel maakt.


2. Oprichting

2.1 Het aanvangsvermogen — geen kapitaal meer

2.1.1 Toereikend aanvangsvermogen (art. 5:3 WVV)

Sinds het WVV is er geen minimumkapitaal meer vereist (vroeger 18.550 EUR voor de BVBA). In plaats daarvan geldt de regel dat de oprichters moeten zorgen voor een toereikend aanvangsvermogen, samengesteld uit:

Het aanvangsvermogen moet kennelijk toereikend zijn voor de voorgenomen activiteit gedurende minstens twee jaar. Het is op deze toereikendheid dat de oprichtersaansprakelijkheid (zie 2.6) wordt gebouwd.

2.1.2 Het financieel plan (art. 5:4 WVV)

Het financieel plan is een dwingend document dat aan de notaris wordt overhandigd bij het verlijden van de oprichtingsakte. Het verantwoordt het bedrag van het aanvangsvermogen en moet minstens de volgende elementen bevatten:

  1. Een nauwkeurige beschrijving van de voorgenomen bedrijvigheid;
  2. Een overzicht van alle financieringsbronnen bij oprichting (met vermelding van waarborgen);
  3. Een openingsbalans + geprojecteerde balansen na 12 en 24 maanden;
  4. Een geprojecteerde resultatenrekening na 12 en 24 maanden;
  5. Een begroting van de verwachte inkomsten en uitgaven over minstens twee jaar;
  6. Een beschrijving van de gehanteerde hypothesen bij de schatting van de omzet en de rendabiliteit;
  7. In voorkomend geval: de naam van de externe deskundige die hulp heeft verleend bij de opstelling.

Het financieel plan blijft bij de notaris bewaard. Het wordt enkel openbaar gemaakt in geval van faillissement binnen de drie jaar na oprichting — daar speelt het een sleutelrol in de oprichtersaansprakelijkheid.

2.2 Plaatsing van de aandelen

2.2.1 Volledige plaatsing (art. 5:5 WVV — dwingend)

Alle aandelen moeten bij de oprichting volledig en onvoorwaardelijk zijn geplaatst. Dat betekent: voor elk aandeel moet een persoon zich verbinden tot inschrijving en het overeenstemmende bedrag inbrengen.

2.2.2 Inbreng in natura (art. 5:7 WVV)

Bij inbreng in natura gelden bijzondere voorzorgen om een correcte waardering te garanderen:

2.3 Storting van de inbrengen (art. 5:8 WVV)

Vanaf de oprichting moeten alle inbrengen volledig zijn volgestort. Dit geldt voor alle drie types inbreng:

2.4 Oprichtingsformaliteiten (Boek 2 + Boek 5 WVV)

De BV wordt opgericht bij authentieke (notariële) akte. Sinds 1 augustus 2021 is een digitale oprichting via notaris ook mogelijk.

Stappen:

  1. Opstellen en ondertekenen van de notariële oprichtingsakte (statuten);
  2. Overhandiging van het financieel plan aan de notaris;
  3. Volstorting van de inbrengen (geblokkeerde rekening voor geldinbreng + revisorverslag bij natura);
  4. Neerlegging van de akte ter griffie van de ondernemingsrechtbank;
  5. Bekendmaking van een uittreksel in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad;
  6. Inschrijving in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen);
  7. Btw-activatie indien van toepassing.

2.5 Nietigheid (art. 5:13 WVV)

Een BV kan door de rechtbank nietig worden verklaard wanneer onder andere:

Belangrijk: nietigheid werkt enkel ex nunc (voor de toekomst) — er is geen terugwerkende kracht. De vennootschap wordt vereffend zoals een normale ontbinding.

2.6 Garantie en aansprakelijkheid van de oprichters (art. 5:16 WVV)

2.6.1 Aansprakelijkheid voor de verbintenissen van de vennootschap

De oprichters zijn hoofdelijk gehouden tegenover belanghebbenden voor onder meer:

2.6.2 Oprichtersaansprakelijkheid bij faillissement binnen drie jaar

Sleutelregel: gaat de BV failliet binnen de drie jaar na de oprichting en blijkt uit het financieel plan dat het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend was voor de normale uitoefening van de voorgenomen bedrijvigheid gedurende minstens twee jaar, dan kunnen de oprichters door de curator persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de vennootschap.

Dit is de belangrijkste keerzijde van het verdwijnen van het minimumkapitaal: het financieel plan en de oprichtersaansprakelijkheid vormen het nieuwe vangnet voor de schuldeisers.


3. Effecten en hun overdracht

3.1 Algemeen (art. 5:18 WVV)

Nieuw onder WVV: een BV kan alle effecten uitgeven, tenzij de wet ze verbiedt. Vroeger was de BVBA hierin streng beperkt. Mogelijk zijn dus:

3.2 Vorm van de effecten

Vorm Wat Bewijs
Op naam Standaard in de BV Inschrijving in het effectenregister/aandelenregister (art. 5:25 WVV) + uitgifteakte
Gedematerialiseerd Nieuw onder WVV voor de BV (vroeger enkel NV) Boeking op een effectenrekening bij een erkende rekeninghouder
Aan toonder NIET toegelaten in de BV

3.3 Soorten effecten

3.3.1 Aandelen (art. 5:40 e.v. WVV)

3.3.2 Certificaten (art. 5:49 WVV)

3.3.3 Obligaties (art. 5:50 e.v. WVV)

3.3.4 Inschrijvingsrechten / warrants (art. 5:55 e.v. WVV)

3.3.5 Winstbewijzen

3.4 Overdracht en overgang van aandelen — het besloten karakter

3.4.1 Algemene regels (art. 5:61 WVV)

De overdracht (verkoop, schenking) of overgang (erfopvolging) wordt geregeld door:

3.4.2 De besloten regel (art. 5:63 WVV — wettelijke standaard)

Dit is hét kenmerk van de BV: aandelen zijn niet vrij overdraagbaar — vandaar de naam "besloten vennootschap".

Wettelijke standaardregel (geldt tenzij de statuten afwijken):

Overdracht onder levenden aan een derde (niet-aandeelhouder) of overgang wegens overlijden vereist:

Geen toestemming vereist voor overdracht aan:

De statuten kunnen dit régime echter versoepelen of verstrengen.

3.4.3 Beperkingen en niet-volstorte aandelen

3.5 Het aandelenregister (art. 5:25 WVV)

Verplicht voor elke BV. Bevat:

Het register kan in elektronische vorm worden gehouden. Het is bewijs van het aandeelhouderschap.


4. De vennootschapsorganen

4.1 Het bestuursorgaan

4.1.1 Samenstelling (art. 5:70 WVV)

Nieuw onder WVV: de BV kan worden bestuurd door één of meer bestuurders. Een college (raad van bestuur) is mogelijk maar niet verplicht.

Wanneer er meerdere bestuurders zijn:

4.1.2 Bezoldiging (art. 5:72 WVV)

In principe bezoldigd, tenzij de statuten of het benoemingsbesluit anders bepalen. Bezoldiging vastgesteld door de AV.

4.1.3 Bevoegdheid en werkwijze

Omvang van de bestuursbevoegdheid (art. 5:73 WVV)

Het bestuursorgaan is bevoegd voor alle handelingen die nodig of dienstig zijn voor de verwezenlijking van het voorwerp van de vennootschap, met uitzondering van die handelingen die door de wet of door de statuten aan de AV zijn voorbehouden.

Schriftelijke besluitvorming (art. 5:75 WVV)

Een collegiaal bestuursorgaan kan schriftelijk beslissen, mits unanimiteit. Niet mogelijk voor de besluiten die bij authentieke akte moeten worden vastgesteld.

Belangenconflict (art. 5:76 WVV)

Sleutelartikel — vaak op examen!

Wanneer een bestuurder een rechtstreeks of onrechtstreeks belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met dat van de vennootschap bij een te nemen beslissing of verrichting:

  1. Hij moet dit vooraf meedelen aan de andere bestuurders;
  2. De verklaring en de motivering ervan worden opgenomen in het notulenboek;
  3. Bij een collegiaal bestuur: de betrokken bestuurder mag niet deelnemen aan de beraadslaging noch aan de stemming;
  4. Bij een niet-collegiaal bestuur of enige bestuurder: de beslissing moet aan de AV worden voorgelegd; pas na bekrachtiging mag het besluit worden uitgevoerd;
  5. In het jaarverslag (of bij gebrek daaraan in een afzonderlijk document) wordt de aard van de transactie en haar financiële gevolgen openbaar gemaakt;
  6. Sanctie: bij niet-naleving kan de vennootschap de nietigheid van de beslissing vorderen indien de wederpartij wist of moest weten van de schending.

Uitzondering: niet van toepassing bij beslissingen die betrekking hebben op gebruikelijke verrichtingen onder normale marktvoorwaarden, noch bij verrichtingen tussen vennootschappen waarbij één 95%+ houdt van de andere.

4.1.4 Dagelijks bestuur (art. 5:79 WVV)

4.1.5 Vertegenwoordiging tegenover derden

De BV wordt rechtsgeldig vertegenwoordigd door het bestuursorgaan (als geheel of zoals statutair bepaald — bv. "twee bestuurders gezamenlijk"). Statutaire beperkingen zijn niet tegenstelbaar aan derden te goeder trouw (Prokura-leer).

4.1.6 Bestuurdersaansprakelijkheid

Bestuurders zijn aansprakelijk voor:

Wettelijke beperking (cap) — art. 2:57 WVV

De aansprakelijkheid van bestuurders is wettelijk beperkt (gecapt) afhankelijk van de omvang van de vennootschap (op basis van gemiddelde omzet en balanstotaal over de drie voorgaande boekjaren):

Grootte Cap (per feit én per jaar)
Kleinste 125.000 EUR
Klein/middelgroot 250.000 EUR
Middelgroot 1.000.000 EUR
Groot 3.000.000 EUR
Zeer groot 12.000.000 EUR

Uitzonderingen waar de cap niet geldt: lichte fout van gewone aard die zich meermaals voordoet, ernstige fout, bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden, fiscale en sociale schulden, niet-doorstortingsverplichtingen.

4.2 De algemene vergadering van aandeelhouders (AVA)

4.2.1 Algemene spelregels

Onderwerp Artikel Inhoud
Gelijke behandeling 5:80 WVV Alle aandeelhouders in dezelfde situatie moeten gelijk behandeld worden
Bevoegdheden 5:81 WVV Goedkeuring jaarrekening, kwijting, statutenwijziging, benoeming/ontslag bestuurders en commissaris, ontbinding, fusie/splitsing, kapitaalverrichtingen
Bijeenroeping 5:83 WVV Door het bestuursorgaan of de commissaris — op verzoek van aandeelhouders die 10% vertegenwoordigen
Oproepingstermijn 5:83 WVV Minstens 15 dagen voor de vergadering
Schriftelijke AV 5:85 WVV Mogelijk met eenparigheid — geen schriftelijke besluitvorming voor besluiten die bij authentieke akte moeten
Deelname 5:86 WVV Persoonlijk of via volmacht; mogelijkheid tot deelname op afstand (elektronisch)
Verloop 5:90 e.v. Voorzitter, secretaris, stemopnemers, notulen
Stemrecht 5:95 WVV Elk aandeel = één stem, tenzij statuten anders bepalen (meervoudig stemrecht, stemrechtloze aandelen)

4.2.2 De gewone algemene vergadering (jaarvergadering — art. 5:97 WVV)

4.2.3 De bijzondere en buitengewone algemene vergadering

Type Wanneer
Bijzondere AV Andere bevoegdheden dan de gewone AV, zonder statutenwijziging (bv. tussentijdse benoeming) — gewone meerderheid volstaat
Buitengewone AV Statutenwijziging (art. 5:100 e.v. WVV) — moet voor de notaris en vereist bijzondere meerderheden
Versterkte meerderheden bij statutenwijziging
Beslissing Aanwezigheidsquorum Meerderheid
Gewone beslissing (jaarvergadering) Geen Gewone meerderheid (50% + 1) van de uitgebrachte stemmen
Statutenwijziging algemeen 50% van het aantal aandelen aanwezig/vertegenwoordigd (bij gebrek aan quorum: tweede vergadering zonder quorumvereiste) 3/4 (75%) van de uitgebrachte stemmen
Wijziging van het voorwerp of de vorm 50% (idem) 4/5 (80%) van de uitgebrachte stemmen
Wijziging van de rechten verbonden aan een soort aandelen 50% in elke soort 3/4 in elke soort
Ontbinding 50% 3/4

Geheugensteuntje: gewoon = 50%+1; statuten = 3/4; voorwerp/vorm = 4/5.

4.3 Vennootschapsvordering en minderheidsvordering

4.3.1 Vennootschapsvordering

De algemene vergadering kan beslissen tot het instellen van een vordering namens de vennootschap tegen het bestuursorgaan of de commissaris wegens bestuursfouten. Bij gewone meerderheid.

4.3.2 Minderheidsvordering (art. 5:104 WVV)

Aandeelhouders die alleen of samen minstens 1% van het totaal aantal stemmen bezitten of aandelen met een waarde van minstens 1.250.000 EUR, kunnen — wanneer de AV geen kwijting verleent of weigert in rechte te treden — namens de vennootschap een aansprakelijkheidsvordering instellen tegen de bestuurders. Het resultaat van de vordering komt aan de vennootschap toe.

4.4 De algemene vergadering van obligatiehouders

Wanneer een BV obligaties heeft uitgegeven, kan er een AV van obligatiehouders worden samengeroepen om over hun specifieke belangen te beslissen (art. 5:108 e.v. WVV — bevoegdheid; art. 5:111 — bijeenroeping; art. 5:112 — deelneming).


5. Het vermogen van de BV

5.1 Bijkomende inbrengen en uitgifte van nieuwe aandelen

5.1.1 Algemene regels (art. 5:120 e.v. WVV)

Aangezien de BV geen kapitaal heeft, spreken we niet meer van een "kapitaalverhoging" maar van een bijkomende inbreng of uitgifte van nieuwe aandelen. Dit vereist:

5.1.2 Inbreng in geld — voorkeurrecht (art. 5:128 e.v. WVV)

Bestaande aandeelhouders hebben een voorkeurrecht om bij voorrang in te tekenen op de nieuw uit te geven aandelen, a rato van hun bestaande deelneming.

5.1.3 Inbreng in natura (art. 5:133 e.v. WVV)

Vereist een dubbel verslag:

Quasi-inbreng

Wanneer de BV binnen twee jaar na de oprichting van een oprichter, bestuurder of aandeelhouder een goed verwerft voor een tegenwaarde van minstens 10% van het eigen vermogen, geldt een gelijkaardige procedure (revisorverslag + bestuursverslag + AV-goedkeuring). Doel: vermijden dat de regels van inbreng in natura worden omzeild via een achterpoortje.

5.1.4 Bevoegdheidsdelegatie aan het bestuursorgaan (art. 5:134 e.v. WVV)

De AV kan, voor een maximumtermijn van 5 jaar (hernieuwbaar), het bestuursorgaan machtigen om zelf:

Dit is de tegenhanger van het "toegestaan kapitaal" bij de NV.

5.2 Instandhouding van het vennootschapsvermogen

5.2.1 Uitkeringen aan aandeelhouders — de dubbele test (art. 5:141-5:143 WVV)

Topartikel — zeer belangrijk voor examen!

Sinds het WVV is er geen kapitaal meer waaraan een uitkering kan worden getoetst. Daarom werd een dubbele test ingevoerd die door beide moet worden geslaagd:

A) De balanstest (art. 5:142 WVV) — door de AV

Geen uitkering mag gebeuren wanneer het netto-actief van de vennootschap negatief is of door de uitkering negatief zou worden.

Het netto-actief = totaal activa − voorzieningen − schulden.

Bovendien mag de uitkering niet maken dat het netto-actief onder het onbeschikbaar eigen vermogen zou zakken (statutaire onbeschikbare reserves, eigen aandelen, geactiveerde oprichtingskosten…).

B) De liquiditeitstest (art. 5:143 WVV) — door het bestuursorgaan

Het bestuursorgaan moet, vooraleer de uitkering effectief gebeurt, vaststellen dat de vennootschap volgens redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen in staat zal zijn, gedurende een periode van minstens twaalf maanden te rekenen van de uitkering, haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar worden.

Gevolgen van een onrechtmatige uitkering (art. 5:144 WVV)

Dit régime geldt voor alle vormen van uitkering: dividenden, interimdividenden, tantièmes, terugbetaling bij uittreding, inkoop eigen aandelen, vermindering van de inbreng.

5.2.2 Verkrijging van eigen aandelen of certificaten (art. 5:145 e.v. WVV)

De BV mag haar eigen aandelen (of certificaten daarop) inkopen, mits naleving van:

5.2.3 Financiering van de verkrijging van aandelen door een derde

De BV kan onder strenge voorwaarden (art. 5:152 WVV) financiële bijstand verlenen aan een derde voor de aankoop van haar eigen aandelen (lening, zekerheid, voorschot). Voorwaarden: marktconforme condities, dubbele test, AV-goedkeuring 3/4, verslag van het bestuursorgaan.

5.2.4 De alarmbelprocedure (art. 5:153 WVV)

Vaak op examen — sleutel-instrument voor schuldeisersbescherming

Twee triggers:

Trigger Wanneer
A) Bedreiging van de continuïteit Wanneer het netto-actief dreigt negatief te worden of wordt
B) Liquiditeitsproblemen Wanneer het bestuursorgaan vaststelt dat het niet langer vaststaat dat de vennootschap in staat is om gedurende minstens 12 maanden haar schulden te voldoen (de liquiditeitstest is niet meer vervuld)

Procedure:

  1. Het bestuursorgaan moet binnen 2 maanden een buitengewone AV bijeenroepen;
  2. Op de agenda: ofwel ontbinding van de vennootschap, ofwel andere maatregelen voor herstel;
  3. Bij dezelfde agenda: een bijzonder verslag van het bestuursorgaan met de voorgestelde maatregelen ter herstel van de financiële toestand;
  4. Verzaakt het bestuursorgaan aan de bijeenroeping of brengt het geen verslag uit → persoonlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders voor de schade van derden (vermoeden dat de schade het gevolg is van het verzuim).

Belangrijk: in tegenstelling tot bij de NV is er geen tweede drempel (van 1/4) — de alarmbelprocedure wordt geactiveerd zodra een van beide voorwaarden vervuld is en moet worden herhaald zolang de situatie aanhoudt.

5.2.5 Uittreding en uitsluiting lastens het vennootschapsvermogen

Nieuw onder WVV — niet te verwarren met de gerechtelijke geschillenregeling van Boek 2.

Uittreding (art. 5:154 WVV)

Een aandeelhouder kan uittreden lastens het vermogen van de vennootschap indien en voor zover de statuten dit toestaan. De aandelen worden vernietigd en de scheidingsaandeel wordt uitgekeerd na de dubbele test.

Uitsluiting (art. 5:155 WVV)

De vennootschap kan een aandeelhouder uitsluiten lastens haar vermogen, eveneens mits statutaire bepaling en mits inachtneming van de dubbele test. Praktisch: nuttig bij familiale vennootschappen om een tegenstribbelende aandeelhouder uit te kopen.

Uittreding van rechtswege

Bv. bij faillissement, kennelijk onvermogen, ontbinding, gerechtelijke onbekwaamverklaring van de aandeelhouder.

5.3 De geschillenregeling specifiek voor de BV

Naast de algemene geschillenregeling (Boek 2 WVV) voorziet Boek 5 dus in een bijkomende interne uittreding/uitsluiting. De gerechtelijke geschillenregeling (algemene regeling) blijft daarnaast bestaan en houdt in dat een aandeelhouder wegens gegronde redenen voor de ondernemingsrechtbank een vordering tot:

De prijs van de aandelen wordt door de rechter bepaald (eventueel via deskundigenverslag).


6. Duur, ontbinding en strafsancties

6.1 Duur (art. 5:157 WVV)

In principe wordt de BV opgericht voor onbepaalde duur, tenzij de statuten een bepaalde duur voorzien.

6.2 Ontbinding

De BV kan ontbonden worden:

6.3 Vereffening

Na de ontbinding gaat de vennootschap over tot vereffening door één of meer vereffenaars (in principe benoemd door de AV, in te bevestigen door de ondernemingsrechtbank — art. 2:84 e.v. WVV). De vereffenaar:

Een sluiting van de vereffening wordt bekrachtigd door de AV en bekendgemaakt; de rechtspersoonlijkheid blijft nog 5 jaar voortbestaan voor passieve relaties.

6.4 Strafsancties (art. 5:158 WVV)

Het WVV voorziet strafrechtelijke sancties (geldboeten, eventueel gevangenisstraf) bij ernstige inbreuken, onder meer:


7. Boekhouding en jaarrekening

De BV is, zoals elke vennootschap, onderworpen aan de regels van Boek III WER (Wetboek Economisch Recht) inzake boekhouding:

Categorie Vereisten
Microvennootschap Microschema, eenvoudige neerlegging
Kleine vennootschap (max. 1 van 3 drempels overschreden: 50 werknemers VTE / 11,25 mln EUR omzet / 6 mln EUR balanstotaal) Verkort schema
Grote vennootschap Volledig schema + commissaris (bedrijfsrevisor) verplicht

Jaarrekening (art. 3:1 e.v. WVV)

Commissaris

Verplicht aan te stellen bij grote vennootschappen (boven de drempels). Aanstelling door AV op voordracht van het bestuursorgaan, mandaat van 3 jaar (hernieuwbaar). Lid van het IBR (Instituut van de Bedrijfsrevisoren). Onafhankelijk.


8. Fiscale behandeling

8.1 Vennootschapsbelasting (algemeen tarief)

De BV is per definitie onderworpen aan de vennootschapsbelasting (Ven.B.):

8.2 Verlaagd tarief voor KMO's

Verlaagd tarief van 20% op de eerste 100.000 EUR belastbare winst, mits vier cumulatieve voorwaarden:

  1. Kleine vennootschap in de zin van art. 1:24 WVV (niet meer dan één van de drempels: 50 VTE / 11,25 mln EUR omzet / 6 mln EUR balanstotaal);
  2. Minimum bedrijfsleidersbezoldiging: ten minste 45.000 EUR bruto per jaar (of gelijk aan het belastbaar resultaat indien dit lager ligt) aan minstens één bedrijfsleider-natuurlijke persoon. Vanaf 2026: 50.000 EUR (geïndexeerd). Uitzondering: starters gedurende de eerste 4 boekjaren;
  3. Geen financiële vennootschap: niet meer dan 50% van het gestort kapitaal mag bestaan uit aandelen van andere vennootschappen, en geen holding/beleggingsvennootschap;
  4. Aandeelhouderschap: méér dan 50% van de aandelen moet worden gehouden door natuurlijke personen (niet door andere vennootschappen).

8.3 Roerende voorheffing op dividenden

Dividenden uitgekeerd door een BV zijn onderworpen aan 30% roerende voorheffing (RV), in te houden door de vennootschap.

VVPR-bis-regeling: voor "nieuwe" aandelen uitgegeven sinds 2013 door een kleine vennootschap, daalt de RV trapsgewijs:

8.4 Liquidatiereserve

Mogelijkheid voor kleine vennootschappen om jaarwinst aan een liquidatiereserve toe te wijzen (mits 10% afzonderlijke aanslag bij aanleg). Bij latere uitkering:


9. Samenvattende schema's

9.1 Overzicht effecten in de BV

Effect Houder Rechten Vorm
Gewoon aandeel Aandeelhouder Stemrecht + dividend + liquidatiesaldo Op naam / gedematerialiseerd
Aandeel met meervoudig stemrecht Aandeelhouder Meervoudig stemrecht + dividend Op naam / gedematerialiseerd
Aandeel zonder stemrecht Aandeelhouder Geen stem (uitz. specifieke gevallen) + (preferent) dividend Op naam / gedematerialiseerd
Winstbewijs Houder winstbewijs Aandeel in winst, eventueel stemrecht Op naam
Certificaat Certificaathouder Recht op doorgestort dividend, geen stemrecht Op naam
Obligatie Schuldeiser Interest + terugbetaling kapitaal Op naam
Converteerbare obligatie Schuldeiser Idem + recht op conversie in aandelen Op naam
Inschrijvingsrecht (warrant) Houder Recht in te schrijven op nieuwe aandelen (max. 10 jaar) Op naam

9.2 Overzicht meerderheden in de AV

Beslissing Quorum Meerderheid
Gewone beslissing / 50% + 1 van de uitgebrachte stemmen
Statutenwijziging (algemeen) 50% aanwezig 3/4
Wijziging voorwerp of rechtsvorm 50% aanwezig 4/5
Wijziging rechten verbonden aan een soort aandelen 50% in elke soort 3/4 in elke soort
Vrijwillige ontbinding 50% aanwezig 3/4
Inkoop eigen aandelen / 3/4 (tenzij statutaire machtiging)

9.3 Overzicht oprichtingsvereisten BV

Aspect Vereiste
Aantal oprichters Minstens 1
Akte Notariële akte (verplicht)
Minimumkapitaal Geen — wel toereikend aanvangsvermogen
Financieel plan Verplicht (art. 5:4) — bewaard bij notaris
Volstorting Volledig vanaf de oprichting
Inbreng in natura Verslag bedrijfsrevisor + verslag oprichters
Inbreng in nijverheid Toegelaten (nieuw onder WVV)
Bekendmaking Neerlegging griffie + Belgisch Staatsblad + KBO
Oprichtersaansprakelijkheid 3 jaar bij faillissement met ontoereikend aanvangsvermogen

9.4 De dubbele test in één tabel (art. 5:142-5:143)

Test Wie Wat Wanneer
Balanstest Algemene Vergadering Netto-actief ≥ 0 én ≥ onbeschikbaar eigen vermogen na uitkering Bij elke uitkeringsbeslissing
Liquiditeitstest Bestuursorgaan Schulden kunnen blijven betaald worden gedurende min. 12 maanden na uitkering Vóór de feitelijke uitbetaling

10. Kernpunten om te onthouden

  1. Geen kapitaal maar toereikend aanvangsvermogen + financieel plan (art. 5:3-5:4) — basis voor de oprichtersaansprakelijkheid bij faillissement binnen 3 jaar (art. 5:16).
  2. De BV is de basisvorm sinds WVV — uitermate flexibel, veel aanvullend recht in de statuten te regelen.
  3. Besloten karakter: aandelen niet vrij overdraagbaar — wettelijke standaard = toestemming 50% aandeelhouders + 75% aandelen (art. 5:63), behoudens overdracht aan medeaandeelhouders, echtgenoot, bloedverwanten in rechte lijn.
  4. Bestuursorgaan: één of meer bestuurders, collegiaal of niet (art. 5:70). Belangenconflict art. 5:76 — vooraf melden, niet meestemmen, motivering in notulen.
  5. Bestuurdersaansprakelijkheid gecapt (art. 2:57) — vijf trappen van 125.000 tot 12 mln EUR, met belangrijke uitzonderingen.
  6. AV: gewone meerderheid voor jaarvergadering; 3/4 voor statutenwijziging; 4/5 voor wijziging voorwerp/vorm.
  7. Uitkeringen: dubbele test = balanstest (AV) + liquiditeitstest (bestuur) — schending = hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders + terugbetaling door kwadrater aandeelhouders.
  8. Alarmbelprocedure (art. 5:153): bij negatief netto-actief óf liquiditeit < 12 maanden → BAV binnen 2 maanden.
  9. Voorkeurrecht bij inbreng in geld (art. 5:128) — bescherming tegen verwatering.
  10. Specifiek aan de BV: mogelijkheid van uittreding en uitsluiting lastens het vermogen (art. 5:154-5:155), mits statutair voorzien.

Onthoud de structuur: oprichting → effecten → organen → vermogen (uitkeringen + bescherming) → ontbinding. Op die rode draad kun je bijna elke examenvraag terugbrengen.