Deel 2, Hoofdstuk 2 — De Besloten Vennootschap (BV)
Wettelijke basis: Boek 5 WVV (art. 5:1 t.e.m. 5:158 WVV) Voorganger: vervangt de vroegere BVBA (Besloten Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid) sinds de inwerkingtreding van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) op 1 mei 2019 (overgangsregime tot 1/1/2024). Statuut: De BV is sinds het WVV de basisvorm van het Belgische vennootschapsrecht en is veruit de meest populaire vennootschapsvorm. Zij is zo flexibel ontworpen dat zij geschikt is voor een eenmansondernemer én voor (sinds het WVV ook) een beursgenoteerde vennootschap.
1. Begrip en algemene kenmerken
1.1 Definitie
De Besloten Vennootschap (BV) is een vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid, opgericht door één of meer personen (natuurlijke personen of rechtspersonen) die een inbreng doen, met een geoorloofd voorwerp, met als doel aan haar vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel uit te keren of te bezorgen.
1.2 Essentiële kenmerken
| Kenmerk | Inhoud |
|---|---|
| Rechtspersoonlijkheid | Volkomen — afgescheiden vermogen, eigen rechten en verplichtingen |
| Aantal oprichters | Minstens 1 (eenmans-BV is mogelijk) — natuurlijke personen én/of rechtspersonen |
| Kapitaal | GEEN kapitaal (revolutionair onder WVV) — vervangen door eigen vermogen en toereikend aanvangsvermogen |
| Aansprakelijkheid aandeelhouders | Beperkt tot de inbreng |
| Aandelen | In principe op naam (sinds WVV ook gedematerialiseerd mogelijk) — niet vrij overdraagbaar (besloten karakter) |
| Oprichtingsakte | Verplicht notariële akte |
| Duur | In principe onbepaalde duur (art. 5:157 WVV) |
| Aanvullend recht | Veel statutaire flexibiliteit — het WVV biedt een ruime contractsvrijheid |
| Beursnotering | Nieuw onder WVV: een BV kan beursgenoteerd zijn (was vroeger voorbehouden aan de NV) |
1.3 Plaats in het vennootschapsrecht
De BV is een kapitaalvennootschap (in tegenstelling tot de personenvennootschappen zoals maatschap, VOF en CommV), maar met een sterk intuitu personae-karakter dankzij het besloten karakter van de aandelen. Zij combineert dus elementen van beide categorieën, wat haar uitermate flexibel maakt.
2. Oprichting
2.1 Het aanvangsvermogen — geen kapitaal meer
2.1.1 Toereikend aanvangsvermogen (art. 5:3 WVV)
Sinds het WVV is er geen minimumkapitaal meer vereist (vroeger 18.550 EUR voor de BVBA). In plaats daarvan geldt de regel dat de oprichters moeten zorgen voor een toereikend aanvangsvermogen, samengesteld uit:
- Eigen vermogen (inbrengen door de oprichters);
- Vreemd vermogen (leningen, kredieten).
Het aanvangsvermogen moet kennelijk toereikend zijn voor de voorgenomen activiteit gedurende minstens twee jaar. Het is op deze toereikendheid dat de oprichtersaansprakelijkheid (zie 2.6) wordt gebouwd.
2.1.2 Het financieel plan (art. 5:4 WVV)
Het financieel plan is een dwingend document dat aan de notaris wordt overhandigd bij het verlijden van de oprichtingsakte. Het verantwoordt het bedrag van het aanvangsvermogen en moet minstens de volgende elementen bevatten:
- Een nauwkeurige beschrijving van de voorgenomen bedrijvigheid;
- Een overzicht van alle financieringsbronnen bij oprichting (met vermelding van waarborgen);
- Een openingsbalans + geprojecteerde balansen na 12 en 24 maanden;
- Een geprojecteerde resultatenrekening na 12 en 24 maanden;
- Een begroting van de verwachte inkomsten en uitgaven over minstens twee jaar;
- Een beschrijving van de gehanteerde hypothesen bij de schatting van de omzet en de rendabiliteit;
- In voorkomend geval: de naam van de externe deskundige die hulp heeft verleend bij de opstelling.
Het financieel plan blijft bij de notaris bewaard. Het wordt enkel openbaar gemaakt in geval van faillissement binnen de drie jaar na oprichting — daar speelt het een sleutelrol in de oprichtersaansprakelijkheid.
2.2 Plaatsing van de aandelen
2.2.1 Volledige plaatsing (art. 5:5 WVV — dwingend)
Alle aandelen moeten bij de oprichting volledig en onvoorwaardelijk zijn geplaatst. Dat betekent: voor elk aandeel moet een persoon zich verbinden tot inschrijving en het overeenstemmende bedrag inbrengen.
2.2.2 Inbreng in natura (art. 5:7 WVV)
Bij inbreng in natura gelden bijzondere voorzorgen om een correcte waardering te garanderen:
- Verslag van een bedrijfsrevisor: door de oprichters aangesteld; beschrijving, waarderingsmethode, vergoeding;
- Verslag van de oprichters: zij motiveren waarom de inbreng nuttig is voor de vennootschap en waarom zij eventueel afwijken van de waardering door de revisor.
2.3 Storting van de inbrengen (art. 5:8 WVV)
Vanaf de oprichting moeten alle inbrengen volledig zijn volgestort. Dit geldt voor alle drie types inbreng:
- Inbreng in geld — volledig op een geblokkeerde rekening voor de oprichting;
- Inbreng in natura — volledig overgedragen op het moment van oprichting;
- Inbreng in nijverheid (arbeid/knowhow) — sinds het WVV mogelijk in de BV (nieuw t.o.v. de BVBA).
2.4 Oprichtingsformaliteiten (Boek 2 + Boek 5 WVV)
De BV wordt opgericht bij authentieke (notariële) akte. Sinds 1 augustus 2021 is een digitale oprichting via notaris ook mogelijk.
Stappen:
- Opstellen en ondertekenen van de notariële oprichtingsakte (statuten);
- Overhandiging van het financieel plan aan de notaris;
- Volstorting van de inbrengen (geblokkeerde rekening voor geldinbreng + revisorverslag bij natura);
- Neerlegging van de akte ter griffie van de ondernemingsrechtbank;
- Bekendmaking van een uittreksel in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad;
- Inschrijving in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen);
- Btw-activatie indien van toepassing.
2.5 Nietigheid (art. 5:13 WVV)
Een BV kan door de rechtbank nietig worden verklaard wanneer onder andere:
- Niet de vereiste vorm (notariële akte) werd nageleefd;
- Het voorwerp strijdig is met de openbare orde of de goede zeden;
- Geen wettige oprichters;
- Etc.
Belangrijk: nietigheid werkt enkel ex nunc (voor de toekomst) — er is geen terugwerkende kracht. De vennootschap wordt vereffend zoals een normale ontbinding.
2.6 Garantie en aansprakelijkheid van de oprichters (art. 5:16 WVV)
2.6.1 Aansprakelijkheid voor de verbintenissen van de vennootschap
De oprichters zijn hoofdelijk gehouden tegenover belanghebbenden voor onder meer:
- Het verschil tussen het werkelijk geplaatste vermogen en het minimaal vereiste aanvangsvermogen;
- De volstorting van aandelen die niet geldig werden onderschreven of waarvan de inschrijver insolvabel is;
- Het herstel van schade door nietigheid of door het ontbreken van vermeldingen in de oprichtingsakte.
2.6.2 Oprichtersaansprakelijkheid bij faillissement binnen drie jaar
Sleutelregel: gaat de BV failliet binnen de drie jaar na de oprichting en blijkt uit het financieel plan dat het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend was voor de normale uitoefening van de voorgenomen bedrijvigheid gedurende minstens twee jaar, dan kunnen de oprichters door de curator persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de vennootschap.
Dit is de belangrijkste keerzijde van het verdwijnen van het minimumkapitaal: het financieel plan en de oprichtersaansprakelijkheid vormen het nieuwe vangnet voor de schuldeisers.
3. Effecten en hun overdracht
3.1 Algemeen (art. 5:18 WVV)
Nieuw onder WVV: een BV kan alle effecten uitgeven, tenzij de wet ze verbiedt. Vroeger was de BVBA hierin streng beperkt. Mogelijk zijn dus:
- Aandelen (gewone, met meervoudig stemrecht, zonder stemrecht, preferent…);
- Winstbewijzen;
- Obligaties (gewone, converteerbare, eeuwigdurende);
- Inschrijvingsrechten (warrants);
- Certificaten.
3.2 Vorm van de effecten
| Vorm | Wat | Bewijs |
|---|---|---|
| Op naam | Standaard in de BV | Inschrijving in het effectenregister/aandelenregister (art. 5:25 WVV) + uitgifteakte |
| Gedematerialiseerd | Nieuw onder WVV voor de BV (vroeger enkel NV) | Boeking op een effectenrekening bij een erkende rekeninghouder |
| Aan toonder | NIET toegelaten in de BV | — |
3.3 Soorten effecten
3.3.1 Aandelen (art. 5:40 e.v. WVV)
- Vertegenwoordigen een aandeel in het eigen vermogen;
- Principe: elk aandeel = één stem en alle aandelen hebben gelijke rechten;
- Statutaire afwijkingen mogelijk (grote flexibiliteit onder WVV):
- Meervoudig stemrecht (bv. één aandeel = 10 stemmen);
- Aandelen zonder stemrecht;
- Aandelen met preferent dividend of preferente terugbetaling;
- Minimumvereisten:
- Er moet minstens één aandeel bestaan (art. 5:40);
- Er moet minstens één aandeel met stemrecht bestaan;
- Stemovereenkomsten zijn toegelaten onder voorwaarden (art. 5:42 WVV) — niet strijdig met statuten, niet onbeperkt in tijd indien strijdig met belang vennootschap.
3.3.2 Certificaten (art. 5:49 WVV)
- Effecten uitgegeven door een rechtspersoon (een Stichting Administratiekantoor of een AKO) die de onderliggende aandelen beheert;
- De opbrengst (dividend) wordt doorgestort naar de certificaathouder;
- Worden gebruikt om stemrecht en economische belangen te scheiden — nuttig bij familiale planning;
- Steeds op naam.
3.3.3 Obligaties (art. 5:50 e.v. WVV)
- Schuldeffecten: de houder is schuldeiser van de vennootschap (geen aandeelhouder);
- Hebben recht op een vooraf bepaalde rente;
- Varianten:
- Gewone obligaties met bepaalde looptijd;
- Converteerbare obligaties: kunnen worden omgezet in aandelen;
- Eeuwigdurende obligaties: zonder vervaldatum;
- Altijd op naam in de BV.
3.3.4 Inschrijvingsrechten / warrants (art. 5:55 e.v. WVV)
- Geven de houder het recht om binnen een bepaalde periode (max. 10 jaar) tegen vooraf bepaalde voorwaarden nieuwe aandelen te verkrijgen;
- Kunnen autonoom worden uitgegeven of gekoppeld aan een ander effect (bv. obligatie).
3.3.5 Winstbewijzen
- Geven recht op een deel van de winst zonder de status van aandeel te hebben;
- Vertegenwoordigen geen kapitaalsdeelname maar kunnen wel stemrecht hebben (mits statutair voorzien).
3.4 Overdracht en overgang van aandelen — het besloten karakter
3.4.1 Algemene regels (art. 5:61 WVV)
De overdracht (verkoop, schenking) of overgang (erfopvolging) wordt geregeld door:
- Gemeen verbintenissen- en contractenrecht;
- Erfrecht en schenkingsrecht bij overgang;
- Inschrijving in het aandelenregister is tegenstelbaar aan de vennootschap en derden — het register is bepalend.
3.4.2 De besloten regel (art. 5:63 WVV — wettelijke standaard)
Dit is hét kenmerk van de BV: aandelen zijn niet vrij overdraagbaar — vandaar de naam "besloten vennootschap".
Wettelijke standaardregel (geldt tenzij de statuten afwijken):
Overdracht onder levenden aan een derde (niet-aandeelhouder) of overgang wegens overlijden vereist:
- De toestemming van ten minste de helft van de aandeelhouders die ten minste drie vierde van de aandelen bezitten, waarbij voor de berekening de aandelen waarvan overdracht wordt voorgesteld buiten beschouwing worden gelaten.
Geen toestemming vereist voor overdracht aan:
- Een andere aandeelhouder;
- De echtgenoot van de overdrager;
- Bloedverwanten in rechte lijn (ouders, kinderen, kleinkinderen).
De statuten kunnen dit régime echter versoepelen of verstrengen.
3.4.3 Beperkingen en niet-volstorte aandelen
- Art. 5:67–5:68 WVV: statutaire onoverdraagbaarheidsclausules mogen niet strijdig zijn met de wezenlijke kenmerken van het aandeel;
- Art. 5:69 WVV: bij niet-volstorte aandelen blijven de oorspronkelijke aandeelhouder en de overnemer hoofdelijk gehouden tot volstorting.
3.5 Het aandelenregister (art. 5:25 WVV)
Verplicht voor elke BV. Bevat:
- Identiteit van elke aandeelhouder;
- Aantal en categorie van zijn aandelen;
- Stortingen verricht op elk aandeel;
- Overdrachten en overgangen met datum, gedateerd en ondertekend door overdrager en overnemer (of bij overgang door de aandeelhouder en een bestuurder);
- Stemrechtbeperkingen (bv. opschortende voorwaarde).
Het register kan in elektronische vorm worden gehouden. Het is bewijs van het aandeelhouderschap.
4. De vennootschapsorganen
4.1 Het bestuursorgaan
4.1.1 Samenstelling (art. 5:70 WVV)
Nieuw onder WVV: de BV kan worden bestuurd door één of meer bestuurders. Een college (raad van bestuur) is mogelijk maar niet verplicht.
- Natuurlijke personen of rechtspersonen kunnen bestuurder zijn. Bij een bestuurder-rechtspersoon moet een vaste vertegenwoordiger-natuurlijke persoon worden aangeduid (art. 2:55 WVV);
- Bestuurders zijn zelfstandigen — geen werknemers van de vennootschap (geen arbeidsovereenkomst);
- Benoeming door de algemene vergadering (statuten kunnen duur bepalen — onbepaald of bepaald);
- Ontslag: door de AV — ad nutum (te allen tijde, zonder reden, zonder opzeg) — tenzij de statuten of een afzonderlijke overeenkomst anders bepalen.
Wanneer er meerdere bestuurders zijn:
- Optie 1: elk kan alleen handelen (default);
- Optie 2: ze treden gezamenlijk op;
- Optie 3: ze vormen een college (raad van bestuur) — beslissingen bij meerderheid, vergaderquorum.
4.1.2 Bezoldiging (art. 5:72 WVV)
In principe bezoldigd, tenzij de statuten of het benoemingsbesluit anders bepalen. Bezoldiging vastgesteld door de AV.
4.1.3 Bevoegdheid en werkwijze
Omvang van de bestuursbevoegdheid (art. 5:73 WVV)
Het bestuursorgaan is bevoegd voor alle handelingen die nodig of dienstig zijn voor de verwezenlijking van het voorwerp van de vennootschap, met uitzondering van die handelingen die door de wet of door de statuten aan de AV zijn voorbehouden.
Schriftelijke besluitvorming (art. 5:75 WVV)
Een collegiaal bestuursorgaan kan schriftelijk beslissen, mits unanimiteit. Niet mogelijk voor de besluiten die bij authentieke akte moeten worden vastgesteld.
Belangenconflict (art. 5:76 WVV)
Sleutelartikel — vaak op examen!
Wanneer een bestuurder een rechtstreeks of onrechtstreeks belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met dat van de vennootschap bij een te nemen beslissing of verrichting:
- Hij moet dit vooraf meedelen aan de andere bestuurders;
- De verklaring en de motivering ervan worden opgenomen in het notulenboek;
- Bij een collegiaal bestuur: de betrokken bestuurder mag niet deelnemen aan de beraadslaging noch aan de stemming;
- Bij een niet-collegiaal bestuur of enige bestuurder: de beslissing moet aan de AV worden voorgelegd; pas na bekrachtiging mag het besluit worden uitgevoerd;
- In het jaarverslag (of bij gebrek daaraan in een afzonderlijk document) wordt de aard van de transactie en haar financiële gevolgen openbaar gemaakt;
- Sanctie: bij niet-naleving kan de vennootschap de nietigheid van de beslissing vorderen indien de wederpartij wist of moest weten van de schending.
Uitzondering: niet van toepassing bij beslissingen die betrekking hebben op gebruikelijke verrichtingen onder normale marktvoorwaarden, noch bij verrichtingen tussen vennootschappen waarbij één 95%+ houdt van de andere.
4.1.4 Dagelijks bestuur (art. 5:79 WVV)
- Kan worden gedelegeerd aan een of meer dagelijkse bestuurders ("gedelegeerd bestuurder");
- Zij handelen alleen, gezamenlijk of als college zoals de statuten/benoeming bepaalt;
- Bevoegdheid: handelingen die behoren tot de behoeften van het dagelijks leven van de vennootschap, of die wegens hun minder belang of spoedeisend karakter geen tussenkomst van het bestuursorgaan rechtvaardigen.
4.1.5 Vertegenwoordiging tegenover derden
De BV wordt rechtsgeldig vertegenwoordigd door het bestuursorgaan (als geheel of zoals statutair bepaald — bv. "twee bestuurders gezamenlijk"). Statutaire beperkingen zijn niet tegenstelbaar aan derden te goeder trouw (Prokura-leer).
4.1.6 Bestuurdersaansprakelijkheid
Bestuurders zijn aansprakelijk voor:
- Bestuursfouten (interne aansprakelijkheid tegenover de vennootschap, art. 2:56 WVV) — beoordeeld a.d.h.v. de marginale toetsing: zou een normaal voorzichtige en zorgvuldige bestuurder in dezelfde omstandigheden eveneens zo hebben gehandeld?
- Schending van het WVV of de statuten (foutaansprakelijkheid + hoofdelijk indien orgaanbeslissing);
- Onrechtmatige daad tegenover derden (art. 1382 oud BW);
- Specifieke fouten:
- Niet-naleving van het regime inzake uitkeringen (art. 5:144 WVV);
- Kennelijk grove fout in de aanloop naar het faillissement (wrongful trading, art. XX.225 WER).
Wettelijke beperking (cap) — art. 2:57 WVV
De aansprakelijkheid van bestuurders is wettelijk beperkt (gecapt) afhankelijk van de omvang van de vennootschap (op basis van gemiddelde omzet en balanstotaal over de drie voorgaande boekjaren):
| Grootte | Cap (per feit én per jaar) |
|---|---|
| Kleinste | 125.000 EUR |
| Klein/middelgroot | 250.000 EUR |
| Middelgroot | 1.000.000 EUR |
| Groot | 3.000.000 EUR |
| Zeer groot | 12.000.000 EUR |
Uitzonderingen waar de cap niet geldt: lichte fout van gewone aard die zich meermaals voordoet, ernstige fout, bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden, fiscale en sociale schulden, niet-doorstortingsverplichtingen.
4.2 De algemene vergadering van aandeelhouders (AVA)
4.2.1 Algemene spelregels
| Onderwerp | Artikel | Inhoud |
|---|---|---|
| Gelijke behandeling | 5:80 WVV | Alle aandeelhouders in dezelfde situatie moeten gelijk behandeld worden |
| Bevoegdheden | 5:81 WVV | Goedkeuring jaarrekening, kwijting, statutenwijziging, benoeming/ontslag bestuurders en commissaris, ontbinding, fusie/splitsing, kapitaalverrichtingen |
| Bijeenroeping | 5:83 WVV | Door het bestuursorgaan of de commissaris — op verzoek van aandeelhouders die 10% vertegenwoordigen |
| Oproepingstermijn | 5:83 WVV | Minstens 15 dagen voor de vergadering |
| Schriftelijke AV | 5:85 WVV | Mogelijk met eenparigheid — geen schriftelijke besluitvorming voor besluiten die bij authentieke akte moeten |
| Deelname | 5:86 WVV | Persoonlijk of via volmacht; mogelijkheid tot deelname op afstand (elektronisch) |
| Verloop | 5:90 e.v. | Voorzitter, secretaris, stemopnemers, notulen |
| Stemrecht | 5:95 WVV | Elk aandeel = één stem, tenzij statuten anders bepalen (meervoudig stemrecht, stemrechtloze aandelen) |
4.2.2 De gewone algemene vergadering (jaarvergadering — art. 5:97 WVV)
- Komt jaarlijks samen, binnen 6 maanden na afsluiting van het boekjaar;
- Plaats en datum: zoals statutair bepaald;
- Bevoegdheden (art. 5:98 WVV):
- Goedkeuring van de jaarrekening;
- Bestemming van het resultaat (winstuitkering of reserve);
- Kwijting aan de bestuurders en de commissaris (afzonderlijke stemming);
- Eventueel benoeming/ontslag bestuurders en commissaris.
4.2.3 De bijzondere en buitengewone algemene vergadering
| Type | Wanneer |
|---|---|
| Bijzondere AV | Andere bevoegdheden dan de gewone AV, zonder statutenwijziging (bv. tussentijdse benoeming) — gewone meerderheid volstaat |
| Buitengewone AV | Statutenwijziging (art. 5:100 e.v. WVV) — moet voor de notaris en vereist bijzondere meerderheden |
Versterkte meerderheden bij statutenwijziging
| Beslissing | Aanwezigheidsquorum | Meerderheid |
|---|---|---|
| Gewone beslissing (jaarvergadering) | Geen | Gewone meerderheid (50% + 1) van de uitgebrachte stemmen |
| Statutenwijziging algemeen | 50% van het aantal aandelen aanwezig/vertegenwoordigd (bij gebrek aan quorum: tweede vergadering zonder quorumvereiste) | 3/4 (75%) van de uitgebrachte stemmen |
| Wijziging van het voorwerp of de vorm | 50% (idem) | 4/5 (80%) van de uitgebrachte stemmen |
| Wijziging van de rechten verbonden aan een soort aandelen | 50% in elke soort | 3/4 in elke soort |
| Ontbinding | 50% | 3/4 |
Geheugensteuntje: gewoon = 50%+1; statuten = 3/4; voorwerp/vorm = 4/5.
4.3 Vennootschapsvordering en minderheidsvordering
4.3.1 Vennootschapsvordering
De algemene vergadering kan beslissen tot het instellen van een vordering namens de vennootschap tegen het bestuursorgaan of de commissaris wegens bestuursfouten. Bij gewone meerderheid.
4.3.2 Minderheidsvordering (art. 5:104 WVV)
Aandeelhouders die alleen of samen minstens 1% van het totaal aantal stemmen bezitten of aandelen met een waarde van minstens 1.250.000 EUR, kunnen — wanneer de AV geen kwijting verleent of weigert in rechte te treden — namens de vennootschap een aansprakelijkheidsvordering instellen tegen de bestuurders. Het resultaat van de vordering komt aan de vennootschap toe.
4.4 De algemene vergadering van obligatiehouders
Wanneer een BV obligaties heeft uitgegeven, kan er een AV van obligatiehouders worden samengeroepen om over hun specifieke belangen te beslissen (art. 5:108 e.v. WVV — bevoegdheid; art. 5:111 — bijeenroeping; art. 5:112 — deelneming).
5. Het vermogen van de BV
5.1 Bijkomende inbrengen en uitgifte van nieuwe aandelen
5.1.1 Algemene regels (art. 5:120 e.v. WVV)
Aangezien de BV geen kapitaal heeft, spreken we niet meer van een "kapitaalverhoging" maar van een bijkomende inbreng of uitgifte van nieuwe aandelen. Dit vereist:
- Een statutenwijziging door de buitengewone AV (notariële akte);
- 3/4 meerderheid;
- Naleving van de regels inzake inbreng (geld, natura, nijverheid).
5.1.2 Inbreng in geld — voorkeurrecht (art. 5:128 e.v. WVV)
Bestaande aandeelhouders hebben een voorkeurrecht om bij voorrang in te tekenen op de nieuw uit te geven aandelen, a rato van hun bestaande deelneming.
- Doel: vermijden van verwatering (dilutie);
- Het voorkeurrecht moet worden uitgeoefend binnen een termijn van minstens 15 dagen;
- De AV kan, mits versterkte meerderheid en motivering, het voorkeurrecht opheffen in het belang van de vennootschap (art. 5:130 WVV).
5.1.3 Inbreng in natura (art. 5:133 e.v. WVV)
Vereist een dubbel verslag:
- Verslag van het bestuursorgaan: nut van de inbreng en waardering;
- Verslag van de commissaris of, bij gebrek, van een bedrijfsrevisor.
Quasi-inbreng
Wanneer de BV binnen twee jaar na de oprichting van een oprichter, bestuurder of aandeelhouder een goed verwerft voor een tegenwaarde van minstens 10% van het eigen vermogen, geldt een gelijkaardige procedure (revisorverslag + bestuursverslag + AV-goedkeuring). Doel: vermijden dat de regels van inbreng in natura worden omzeild via een achterpoortje.
5.1.4 Bevoegdheidsdelegatie aan het bestuursorgaan (art. 5:134 e.v. WVV)
De AV kan, voor een maximumtermijn van 5 jaar (hernieuwbaar), het bestuursorgaan machtigen om zelf:
- Nieuwe aandelen uit te geven;
- Converteerbare obligaties uit te geven;
- Inschrijvingsrechten (warrants) uit te geven.
Dit is de tegenhanger van het "toegestaan kapitaal" bij de NV.
5.2 Instandhouding van het vennootschapsvermogen
5.2.1 Uitkeringen aan aandeelhouders — de dubbele test (art. 5:141-5:143 WVV)
Topartikel — zeer belangrijk voor examen!
Sinds het WVV is er geen kapitaal meer waaraan een uitkering kan worden getoetst. Daarom werd een dubbele test ingevoerd die door beide moet worden geslaagd:
A) De balanstest (art. 5:142 WVV) — door de AV
Geen uitkering mag gebeuren wanneer het netto-actief van de vennootschap negatief is of door de uitkering negatief zou worden.
Het netto-actief = totaal activa − voorzieningen − schulden.
Bovendien mag de uitkering niet maken dat het netto-actief onder het onbeschikbaar eigen vermogen zou zakken (statutaire onbeschikbare reserves, eigen aandelen, geactiveerde oprichtingskosten…).
B) De liquiditeitstest (art. 5:143 WVV) — door het bestuursorgaan
Het bestuursorgaan moet, vooraleer de uitkering effectief gebeurt, vaststellen dat de vennootschap volgens redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen in staat zal zijn, gedurende een periode van minstens twaalf maanden te rekenen van de uitkering, haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar worden.
- Het bestuursorgaan verantwoordt zijn beslissing in een verslag dat niet wordt neergelegd maar wel in het notulenboek wordt opgenomen;
- Wanneer de vennootschap een commissaris heeft, beoordeelt deze de historische en prospectieve gegevens van het verslag (geen volledige audit).
Gevolgen van een onrechtmatige uitkering (art. 5:144 WVV)
- Aandeelhouders: moeten het ontvangen bedrag terugbetalen indien zij wisten of behoorden te weten dat de uitkering onregelmatig was;
- Bestuurders: hoofdelijk aansprakelijk voor de schade van de vennootschap en van derden;
- Strafrechtelijke sancties zijn mogelijk (art. 5:158 WVV).
Dit régime geldt voor alle vormen van uitkering: dividenden, interimdividenden, tantièmes, terugbetaling bij uittreding, inkoop eigen aandelen, vermindering van de inbreng.
5.2.2 Verkrijging van eigen aandelen of certificaten (art. 5:145 e.v. WVV)
De BV mag haar eigen aandelen (of certificaten daarop) inkopen, mits naleving van:
- Voorafgaande beslissing van de AV (in principe 3/4 meerderheid, behoudens machtiging in de statuten);
- Dubbele test (balans + liquiditeit) — de eigen aandelen worden als een uitkering beschouwd;
- Bedrag van de inkoop uit uitkeerbare reserves;
- Gelijke behandeling van de aandeelhouders;
- Statuut van de ingekochte aandelen: stemrecht en dividend worden geschorst zolang ze in het vermogen van de vennootschap zitten.
5.2.3 Financiering van de verkrijging van aandelen door een derde
De BV kan onder strenge voorwaarden (art. 5:152 WVV) financiële bijstand verlenen aan een derde voor de aankoop van haar eigen aandelen (lening, zekerheid, voorschot). Voorwaarden: marktconforme condities, dubbele test, AV-goedkeuring 3/4, verslag van het bestuursorgaan.
5.2.4 De alarmbelprocedure (art. 5:153 WVV)
Vaak op examen — sleutel-instrument voor schuldeisersbescherming
Twee triggers:
| Trigger | Wanneer |
|---|---|
| A) Bedreiging van de continuïteit | Wanneer het netto-actief dreigt negatief te worden of wordt |
| B) Liquiditeitsproblemen | Wanneer het bestuursorgaan vaststelt dat het niet langer vaststaat dat de vennootschap in staat is om gedurende minstens 12 maanden haar schulden te voldoen (de liquiditeitstest is niet meer vervuld) |
Procedure:
- Het bestuursorgaan moet binnen 2 maanden een buitengewone AV bijeenroepen;
- Op de agenda: ofwel ontbinding van de vennootschap, ofwel andere maatregelen voor herstel;
- Bij dezelfde agenda: een bijzonder verslag van het bestuursorgaan met de voorgestelde maatregelen ter herstel van de financiële toestand;
- Verzaakt het bestuursorgaan aan de bijeenroeping of brengt het geen verslag uit → persoonlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders voor de schade van derden (vermoeden dat de schade het gevolg is van het verzuim).
Belangrijk: in tegenstelling tot bij de NV is er geen tweede drempel (van 1/4) — de alarmbelprocedure wordt geactiveerd zodra een van beide voorwaarden vervuld is en moet worden herhaald zolang de situatie aanhoudt.
5.2.5 Uittreding en uitsluiting lastens het vennootschapsvermogen
Nieuw onder WVV — niet te verwarren met de gerechtelijke geschillenregeling van Boek 2.
Uittreding (art. 5:154 WVV)
Een aandeelhouder kan uittreden lastens het vermogen van de vennootschap indien en voor zover de statuten dit toestaan. De aandelen worden vernietigd en de scheidingsaandeel wordt uitgekeerd na de dubbele test.
Uitsluiting (art. 5:155 WVV)
De vennootschap kan een aandeelhouder uitsluiten lastens haar vermogen, eveneens mits statutaire bepaling en mits inachtneming van de dubbele test. Praktisch: nuttig bij familiale vennootschappen om een tegenstribbelende aandeelhouder uit te kopen.
Uittreding van rechtswege
Bv. bij faillissement, kennelijk onvermogen, ontbinding, gerechtelijke onbekwaamverklaring van de aandeelhouder.
5.3 De geschillenregeling specifiek voor de BV
Naast de algemene geschillenregeling (Boek 2 WVV) voorziet Boek 5 dus in een bijkomende interne uittreding/uitsluiting. De gerechtelijke geschillenregeling (algemene regeling) blijft daarnaast bestaan en houdt in dat een aandeelhouder wegens gegronde redenen voor de ondernemingsrechtbank een vordering tot:
- Uitsluiting kan instellen (om een andere aandeelhouder uit de vennootschap te laten zetten), of
- Uittreding kan instellen (om zelf uit de vennootschap te treden).
De prijs van de aandelen wordt door de rechter bepaald (eventueel via deskundigenverslag).
6. Duur, ontbinding en strafsancties
6.1 Duur (art. 5:157 WVV)
In principe wordt de BV opgericht voor onbepaalde duur, tenzij de statuten een bepaalde duur voorzien.
6.2 Ontbinding
De BV kan ontbonden worden:
- Vrijwillig door beslissing van de AV (3/4 meerderheid, notariële akte);
- Van rechtswege (bv. afloop bepaalde duur, voltooiing van het voorwerp);
- Gerechtelijk wegens wettige redenen (bv. grondig en blijvend onenigheid tussen aandeelhouders die de werking onmogelijk maakt; tekortkomingen aan oprichtingsvoorwaarden);
- Van rechtswege na nietigverklaring.
6.3 Vereffening
Na de ontbinding gaat de vennootschap over tot vereffening door één of meer vereffenaars (in principe benoemd door de AV, in te bevestigen door de ondernemingsrechtbank — art. 2:84 e.v. WVV). De vereffenaar:
- Realiseert de activa;
- Betaalt de schuldeisers;
- Verdeelt het saldo onder de aandeelhouders.
Een sluiting van de vereffening wordt bekrachtigd door de AV en bekendgemaakt; de rechtspersoonlijkheid blijft nog 5 jaar voortbestaan voor passieve relaties.
6.4 Strafsancties (art. 5:158 WVV)
Het WVV voorziet strafrechtelijke sancties (geldboeten, eventueel gevangenisstraf) bij ernstige inbreuken, onder meer:
- Bedrieglijke voorstelling van inbreng (in natura);
- Onrechtmatige uitkeringen die de vennootschap schade berokkenen;
- Niet-naleving van de alarmbelprocedure met bedrog;
- Misbruik van vennootschapsgoederen.
7. Boekhouding en jaarrekening
De BV is, zoals elke vennootschap, onderworpen aan de regels van Boek III WER (Wetboek Economisch Recht) inzake boekhouding:
| Categorie | Vereisten |
|---|---|
| Microvennootschap | Microschema, eenvoudige neerlegging |
| Kleine vennootschap (max. 1 van 3 drempels overschreden: 50 werknemers VTE / 11,25 mln EUR omzet / 6 mln EUR balanstotaal) | Verkort schema |
| Grote vennootschap | Volledig schema + commissaris (bedrijfsrevisor) verplicht |
Jaarrekening (art. 3:1 e.v. WVV)
- Balans, resultatenrekening, toelichting (en sociale balans);
- Goedkeuring door de jaarlijkse AV binnen de 6 maanden;
- Neerlegging bij de Nationale Bank van België binnen de 30 dagen na goedkeuring (uiterlijk 7 maanden na afsluitingsdatum);
- Openbaarheid via NBB-balanscentrale.
Commissaris
Verplicht aan te stellen bij grote vennootschappen (boven de drempels). Aanstelling door AV op voordracht van het bestuursorgaan, mandaat van 3 jaar (hernieuwbaar). Lid van het IBR (Instituut van de Bedrijfsrevisoren). Onafhankelijk.
8. Fiscale behandeling
8.1 Vennootschapsbelasting (algemeen tarief)
De BV is per definitie onderworpen aan de vennootschapsbelasting (Ven.B.):
- Normaal tarief: 25% (aanslagjaar 2021 en volgende).
8.2 Verlaagd tarief voor KMO's
Verlaagd tarief van 20% op de eerste 100.000 EUR belastbare winst, mits vier cumulatieve voorwaarden:
- Kleine vennootschap in de zin van art. 1:24 WVV (niet meer dan één van de drempels: 50 VTE / 11,25 mln EUR omzet / 6 mln EUR balanstotaal);
- Minimum bedrijfsleidersbezoldiging: ten minste 45.000 EUR bruto per jaar (of gelijk aan het belastbaar resultaat indien dit lager ligt) aan minstens één bedrijfsleider-natuurlijke persoon. Vanaf 2026: 50.000 EUR (geïndexeerd). Uitzondering: starters gedurende de eerste 4 boekjaren;
- Geen financiële vennootschap: niet meer dan 50% van het gestort kapitaal mag bestaan uit aandelen van andere vennootschappen, en geen holding/beleggingsvennootschap;
- Aandeelhouderschap: méér dan 50% van de aandelen moet worden gehouden door natuurlijke personen (niet door andere vennootschappen).
8.3 Roerende voorheffing op dividenden
Dividenden uitgekeerd door een BV zijn onderworpen aan 30% roerende voorheffing (RV), in te houden door de vennootschap.
VVPR-bis-regeling: voor "nieuwe" aandelen uitgegeven sinds 2013 door een kleine vennootschap, daalt de RV trapsgewijs:
- 20% op dividenden van het tweede boekjaar na de inbreng;
- 15% op dividenden van het derde en volgende boekjaren.
8.4 Liquidatiereserve
Mogelijkheid voor kleine vennootschappen om jaarwinst aan een liquidatiereserve toe te wijzen (mits 10% afzonderlijke aanslag bij aanleg). Bij latere uitkering:
- 0% RV indien uitgekeerd bij vereffening;
- 5% RV indien uitgekeerd na 5 jaar;
- 20% RV indien sneller uitgekeerd.
9. Samenvattende schema's
9.1 Overzicht effecten in de BV
| Effect | Houder | Rechten | Vorm |
|---|---|---|---|
| Gewoon aandeel | Aandeelhouder | Stemrecht + dividend + liquidatiesaldo | Op naam / gedematerialiseerd |
| Aandeel met meervoudig stemrecht | Aandeelhouder | Meervoudig stemrecht + dividend | Op naam / gedematerialiseerd |
| Aandeel zonder stemrecht | Aandeelhouder | Geen stem (uitz. specifieke gevallen) + (preferent) dividend | Op naam / gedematerialiseerd |
| Winstbewijs | Houder winstbewijs | Aandeel in winst, eventueel stemrecht | Op naam |
| Certificaat | Certificaathouder | Recht op doorgestort dividend, geen stemrecht | Op naam |
| Obligatie | Schuldeiser | Interest + terugbetaling kapitaal | Op naam |
| Converteerbare obligatie | Schuldeiser | Idem + recht op conversie in aandelen | Op naam |
| Inschrijvingsrecht (warrant) | Houder | Recht in te schrijven op nieuwe aandelen (max. 10 jaar) | Op naam |
9.2 Overzicht meerderheden in de AV
| Beslissing | Quorum | Meerderheid |
|---|---|---|
| Gewone beslissing | / | 50% + 1 van de uitgebrachte stemmen |
| Statutenwijziging (algemeen) | 50% aanwezig | 3/4 |
| Wijziging voorwerp of rechtsvorm | 50% aanwezig | 4/5 |
| Wijziging rechten verbonden aan een soort aandelen | 50% in elke soort | 3/4 in elke soort |
| Vrijwillige ontbinding | 50% aanwezig | 3/4 |
| Inkoop eigen aandelen | / | 3/4 (tenzij statutaire machtiging) |
9.3 Overzicht oprichtingsvereisten BV
| Aspect | Vereiste |
|---|---|
| Aantal oprichters | Minstens 1 |
| Akte | Notariële akte (verplicht) |
| Minimumkapitaal | Geen — wel toereikend aanvangsvermogen |
| Financieel plan | Verplicht (art. 5:4) — bewaard bij notaris |
| Volstorting | Volledig vanaf de oprichting |
| Inbreng in natura | Verslag bedrijfsrevisor + verslag oprichters |
| Inbreng in nijverheid | Toegelaten (nieuw onder WVV) |
| Bekendmaking | Neerlegging griffie + Belgisch Staatsblad + KBO |
| Oprichtersaansprakelijkheid | 3 jaar bij faillissement met ontoereikend aanvangsvermogen |
9.4 De dubbele test in één tabel (art. 5:142-5:143)
| Test | Wie | Wat | Wanneer |
|---|---|---|---|
| Balanstest | Algemene Vergadering | Netto-actief ≥ 0 én ≥ onbeschikbaar eigen vermogen na uitkering | Bij elke uitkeringsbeslissing |
| Liquiditeitstest | Bestuursorgaan | Schulden kunnen blijven betaald worden gedurende min. 12 maanden na uitkering | Vóór de feitelijke uitbetaling |
10. Kernpunten om te onthouden
- Geen kapitaal maar toereikend aanvangsvermogen + financieel plan (art. 5:3-5:4) — basis voor de oprichtersaansprakelijkheid bij faillissement binnen 3 jaar (art. 5:16).
- De BV is de basisvorm sinds WVV — uitermate flexibel, veel aanvullend recht in de statuten te regelen.
- Besloten karakter: aandelen niet vrij overdraagbaar — wettelijke standaard = toestemming 50% aandeelhouders + 75% aandelen (art. 5:63), behoudens overdracht aan medeaandeelhouders, echtgenoot, bloedverwanten in rechte lijn.
- Bestuursorgaan: één of meer bestuurders, collegiaal of niet (art. 5:70). Belangenconflict art. 5:76 — vooraf melden, niet meestemmen, motivering in notulen.
- Bestuurdersaansprakelijkheid gecapt (art. 2:57) — vijf trappen van 125.000 tot 12 mln EUR, met belangrijke uitzonderingen.
- AV: gewone meerderheid voor jaarvergadering; 3/4 voor statutenwijziging; 4/5 voor wijziging voorwerp/vorm.
- Uitkeringen: dubbele test = balanstest (AV) + liquiditeitstest (bestuur) — schending = hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurders + terugbetaling door kwadrater aandeelhouders.
- Alarmbelprocedure (art. 5:153): bij negatief netto-actief óf liquiditeit < 12 maanden → BAV binnen 2 maanden.
- Voorkeurrecht bij inbreng in geld (art. 5:128) — bescherming tegen verwatering.
- Specifiek aan de BV: mogelijkheid van uittreding en uitsluiting lastens het vermogen (art. 5:154-5:155), mits statutair voorzien.
Onthoud de structuur: oprichting → effecten → organen → vermogen (uitkeringen + bescherming) → ontbinding. Op die rode draad kun je bijna elke examenvraag terugbrengen.