Aanvullende thema's

1. Eenmanszaak versus vennootschap

Een ondernemer staat aan het begin altijd voor dezelfde vraag: eenmanszaak of vennootschap? De keuze hangt af van het risico, de financieringsbehoefte, het fiscale plaatje en de mate waarin je alleen of samen wil ondernemen. Wie een belangeloos doel nastreeft kiest geen van beide, maar een vzw.

1.1 De eenmanszaak

Een eenmanszaak is geen aparte rechtspersoon: één natuurlijke persoon is volledig eigenaar. Juridisch is er geen scheiding tussen het privévermogen en het zakelijk vermogen — alles is één en hetzelfde patrimonium.

Voordelen:

Nadelen:

1.2 De vennootschap

Een vennootschap creëert een afzonderlijke rechtspersoon (uitgezonderd bij de maatschap, die geen rechtspersoonlijkheid heeft). Afhankelijk van de vorm kun je alleen of met meerdere personen oprichten.

Voordelen:

Nadelen:

1.3 Vergelijkingstabel in één oogopslag

Criterium Eenmanszaak Vennootschap (BV/NV/CV)
Rechtspersoonlijkheid Nee Ja
Aantal eigenaars 1 natuurlijke persoon 1 of meerdere (NV/BV) of min. 3 (CV)
Aansprakelijkheid Onbeperkt persoonlijk Beperkt tot inbreng
Oprichtingskosten Zeer laag Hoger (notaris, publicatie)
Minimumkapitaal Geen NV: €61.500 · BV/CV: toereikend aanvangsvermogen
Financieel plan Nee Ja, met wettelijke minimuminhoud
Belasting Personenbelasting (25-50%) Vennootschapsbelasting (25% of 20% KMO)
Boekhouding Vereenvoudigd mogelijk Dubbele boekhouding verplicht
Bij overlijden Zaak stopt of erven nemen over Vennootschap blijft bestaan

2. Het verlaagd vennootschapstarief van 20% (vanaf 2026)

Normaal betaalt een vennootschap 25% vennootschapsbelasting. Kleine vennootschappen (KMO's) kunnen echter genieten van een verlaagd tarief van 20% op de eerste €100.000 winst. Op alles boven €100.000 geldt opnieuw 25%. Het tarief is aantrekkelijk, maar er gelden vier strikte cumulatieve voorwaarden — pas wanneer aan alle vier voldaan is, krijg je het verlaagd tarief.

Voorwaarde 1 — Kleine vennootschap (KMO)

Een vennootschap is "klein" als ze op datum van afsluiting van het boekjaar niet meer dan één van volgende criteria overschrijdt, en dat over twee opeenvolgende boekjaren:

Voor een startende vennootschap maak je een inschatting bij het begin van het eerste boekjaar. Bij twee of meer overschreden criteria val je uit de KMO-categorie. In de praktijk valt een startende KMO bijna altijd onder "klein".

Voorwaarde 2 — Minimumbezoldiging bedrijfsleider

Dit is de strengste voorwaarde en degene die in 2026 verstrengt:

Concrete toepassing:

Bedoeling van de wetgever: vermijden dat ondernemers winst opstapelen tegen laag tarief zonder zichzelf een fatsoenlijk loon uit te keren (en dus zonder bij te dragen aan de sociale zekerheid).

Uitzondering voor starters: vennootschappen jonger dan 4 boekjaren moeten nog niet aan de loonvoorwaarde voldoen.

Voorwaarde 3 — Geen financiële vennootschap

Een financiële vennootschap (holding/beleggingsvennootschap) wordt uitgesloten. Definitie: een vennootschap waarvan de totale aanschaffingswaarde van haar aandelen in andere vennootschappen méér dan 50% bedraagt van haar eigen gestort kapitaal, verhoogd met belaste reserves en geboekte meerwaarden.

Aandelenparticipaties van 75% of meer worden buiten beschouwing gelaten bij die berekening.

Voorwaarde 4 — Meerderheid aandelen bij natuurlijke personen

Meer dan 50% van de aandelen moet in handen zijn van natuurlijke personen. Anders gezegd: niet méér dan 50% mag eigendom zijn van andere vennootschappen. Dit wordt bewezen aan de hand van het aandelenregister.

Samenvatting in één tabel

Voorwaarde Inhoud Sanctie indien niet voldaan
1. KMO Max. 1 van 3 criteria overschreden gedurende 2 jaar (50 werknemers / €11,25M omzet / €6M balans) Volledig 25% tarief
2. Loon bedrijfsleider Min. €50.000 bruto/jaar vanaf 2026 (€45.000 in 2025) 25% tarief + 5% aanvullende aanslag
3. Geen financiële vennootschap <50% aandelenparticipaties in andere vennootschappen 25% tarief
4. Meerderheid bij natuurlijke personen >50% aandelen bij natuurlijke personen 25% tarief

Rekenvoorbeeld

Een BV is een kleine vennootschap, heeft één bestuurder, geen aandelenparticipaties, en is eigendom van twee natuurlijke personen. Boekjaar 2026:

Had de bestuurder slechts €40.000 ontvangen, dan zou het hele bedrag aan 25% belast worden: 25% × €80.000 = €20.000, plus de aanvullende aanslag.