Aanvullende thema's
1. Eenmanszaak versus vennootschap
Een ondernemer staat aan het begin altijd voor dezelfde vraag: eenmanszaak of vennootschap? De keuze hangt af van het risico, de financieringsbehoefte, het fiscale plaatje en de mate waarin je alleen of samen wil ondernemen. Wie een belangeloos doel nastreeft kiest geen van beide, maar een vzw.
1.1 De eenmanszaak
Een eenmanszaak is geen aparte rechtspersoon: één natuurlijke persoon is volledig eigenaar. Juridisch is er geen scheiding tussen het privévermogen en het zakelijk vermogen — alles is één en hetzelfde patrimonium.
Voordelen:
- Eenvoudig en goedkoop op te richten: geen oprichtingsakte, geen notaris, geen minimumkapitaal, geen bankattest, geen financieel plan.
- Beperkte boekhoudkundige en administratieve verplichtingen (vereenvoudigde boekhouding mogelijk onder de omzetdrempels).
- Beslissingsmacht, werking én winst liggen volledig bij één persoon — geen overleg of statutaire procedures nodig.
Nadelen:
- Onbeperkte aansprakelijkheid: privébezittingen kunnen worden uitgewonnen voor schulden van de zaak. Er is geen schild tussen privé en zaak.
- Enkel personenbelasting (tarieven van 25% tot 50%) — vanaf een bepaald inkomensniveau ongunstiger dan vennootschapsbelasting (25% of 20% verlaagd tarief).
- Faillissement van de eenmanszaak = faillissement van jou als natuurlijke persoon.
- Je moet alle financiering zelf zoeken (eigen geld of lening) — geen mogelijkheid om vennoten te laten meefinancieren.
1.2 De vennootschap
Een vennootschap creëert een afzonderlijke rechtspersoon (uitgezonderd bij de maatschap, die geen rechtspersoonlijkheid heeft). Afhankelijk van de vorm kun je alleen of met meerdere personen oprichten.
Voordelen:
- Beperkte aansprakelijkheid (bij BV, NV, CV): je kan in principe niet méér verliezen dan je inbreng. Duidelijke scheiding privé/bedrijfsvermogen.
- Vennootschapsbelasting mogelijk: vast tarief 25%, of zelfs 20% verlaagd tarief voor KMO's op de eerste €100.000 winst.
- Afspraken tussen partners staan zwart-op-wit in de statuten en in een eventuele aandeelhoudersovereenkomst.
- Onbeperkte bestaansduur: bij overlijden van een vennoot blijft de vennootschap doorgaans gewoon bestaan.
- Financiële middelen kunnen worden samengebracht door meerdere personen.
Nadelen:
- Extra kosten bij oprichting (notaris, publicatie, financieel plan).
- Minimumkapitaal voor de NV (€61.500).
- Verplicht financieel plan met wettelijk vastgelegde minimuminhoud (BV, NV, CV).
- Strengere boekhoudkundige en administratieve verplichtingen (dubbele boekhouding, neerlegging jaarrekening NBB).
- Oprichtersaansprakelijkheid: oprichters kunnen persoonlijk aansprakelijk gesteld worden als het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend was en de vennootschap binnen drie jaar failliet gaat.
- Stopzetten is omslachtig: ontbinding én vereffening doorlopen.
1.3 Vergelijkingstabel in één oogopslag
| Criterium | Eenmanszaak | Vennootschap (BV/NV/CV) |
|---|---|---|
| Rechtspersoonlijkheid | Nee | Ja |
| Aantal eigenaars | 1 natuurlijke persoon | 1 of meerdere (NV/BV) of min. 3 (CV) |
| Aansprakelijkheid | Onbeperkt persoonlijk | Beperkt tot inbreng |
| Oprichtingskosten | Zeer laag | Hoger (notaris, publicatie) |
| Minimumkapitaal | Geen | NV: €61.500 · BV/CV: toereikend aanvangsvermogen |
| Financieel plan | Nee | Ja, met wettelijke minimuminhoud |
| Belasting | Personenbelasting (25-50%) | Vennootschapsbelasting (25% of 20% KMO) |
| Boekhouding | Vereenvoudigd mogelijk | Dubbele boekhouding verplicht |
| Bij overlijden | Zaak stopt of erven nemen over | Vennootschap blijft bestaan |
2. Het verlaagd vennootschapstarief van 20% (vanaf 2026)
Normaal betaalt een vennootschap 25% vennootschapsbelasting. Kleine vennootschappen (KMO's) kunnen echter genieten van een verlaagd tarief van 20% op de eerste €100.000 winst. Op alles boven €100.000 geldt opnieuw 25%. Het tarief is aantrekkelijk, maar er gelden vier strikte cumulatieve voorwaarden — pas wanneer aan alle vier voldaan is, krijg je het verlaagd tarief.
Voorwaarde 1 — Kleine vennootschap (KMO)
Een vennootschap is "klein" als ze op datum van afsluiting van het boekjaar niet meer dan één van volgende criteria overschrijdt, en dat over twee opeenvolgende boekjaren:
- Jaargemiddelde personeelsbestand: 50 werknemers
- Jaaromzet (excl. btw): €11.250.000
- Balanstotaal: €6.000.000
Voor een startende vennootschap maak je een inschatting bij het begin van het eerste boekjaar. Bij twee of meer overschreden criteria val je uit de KMO-categorie. In de praktijk valt een startende KMO bijna altijd onder "klein".
Voorwaarde 2 — Minimumbezoldiging bedrijfsleider
Dit is de strengste voorwaarde en degene die in 2026 verstrengt:
- Tot en met 2025: minstens €45.000 bruto/jaar bezoldiging aan minstens één bedrijfsleider.
- Vanaf 2026: minstens €50.000 bruto/jaar (de regel werd verhoogd!).
Concrete toepassing:
- Winst ≥ €100.000: betaal minstens €50.000 loon. Doe je dat niet, dan val je terug op het 25%-tarief én betaal je eventueel een aanvullende aanslag van 5% op het tekort.
- Winst tussen €50.000 en €100.000: betaal minstens €50.000 loon.
- Winst < €50.000: het loon moet minstens gelijk zijn aan de belastbare winst van de vennootschap (vóór aftrek van het loon).
Bedoeling van de wetgever: vermijden dat ondernemers winst opstapelen tegen laag tarief zonder zichzelf een fatsoenlijk loon uit te keren (en dus zonder bij te dragen aan de sociale zekerheid).
Uitzondering voor starters: vennootschappen jonger dan 4 boekjaren moeten nog niet aan de loonvoorwaarde voldoen.
Voorwaarde 3 — Geen financiële vennootschap
Een financiële vennootschap (holding/beleggingsvennootschap) wordt uitgesloten. Definitie: een vennootschap waarvan de totale aanschaffingswaarde van haar aandelen in andere vennootschappen méér dan 50% bedraagt van haar eigen gestort kapitaal, verhoogd met belaste reserves en geboekte meerwaarden.
Aandelenparticipaties van 75% of meer worden buiten beschouwing gelaten bij die berekening.
Voorwaarde 4 — Meerderheid aandelen bij natuurlijke personen
Meer dan 50% van de aandelen moet in handen zijn van natuurlijke personen. Anders gezegd: niet méér dan 50% mag eigendom zijn van andere vennootschappen. Dit wordt bewezen aan de hand van het aandelenregister.
Samenvatting in één tabel
| Voorwaarde | Inhoud | Sanctie indien niet voldaan |
|---|---|---|
| 1. KMO | Max. 1 van 3 criteria overschreden gedurende 2 jaar (50 werknemers / €11,25M omzet / €6M balans) | Volledig 25% tarief |
| 2. Loon bedrijfsleider | Min. €50.000 bruto/jaar vanaf 2026 (€45.000 in 2025) | 25% tarief + 5% aanvullende aanslag |
| 3. Geen financiële vennootschap | <50% aandelenparticipaties in andere vennootschappen | 25% tarief |
| 4. Meerderheid bij natuurlijke personen | >50% aandelen bij natuurlijke personen | 25% tarief |
Rekenvoorbeeld
Een BV is een kleine vennootschap, heeft één bestuurder, geen aandelenparticipaties, en is eigendom van twee natuurlijke personen. Boekjaar 2026:
- Winst vóór bezoldiging bedrijfsleider: €120.000
- Bezoldiging bedrijfsleider: €50.000 (voldoet aan minimum)
- Belastbare winst na bezoldiging: €70.000
- Verschuldigde vennootschapsbelasting: 20% × €70.000 = €14.000
Had de bestuurder slechts €40.000 ontvangen, dan zou het hele bedrag aan 25% belast worden: 25% × €80.000 = €20.000, plus de aanvullende aanslag.