Deel 2, Hoofdstuk 3 — Coöperatieve Vennootschap (CV)

1. Begrip en kenmerken

1.1 Algemene vennootschapskenmerken

De coöperatieve vennootschap (CV) beantwoordt aan de algemene definitie van een vennootschap in het WVV. Het gaat om een overeenkomst tussen één of meer personen (natuurlijke of rechtspersonen) die door middel van een inbreng een onderneming oprichten met een geoorloofd voorwerp, met als doel hun vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen. Net als de BV en de NV bezit de CV rechtspersoonlijkheid.

1.2 Specifieke kenmerken — Boek 6 WVV

De CV wordt geregeld door Boek 6 WVV. Sinds de hervorming van het vennootschapsrecht heeft de CV haar oorspronkelijke karakter teruggekregen: zij is voorbehouden voor ondernemingen met een echt coöperatief gedachtegoed. De vroegere "valse CV" (die enkel als alternatief voor de NV/BV werd gebruikt) is verdwenen.

Kenmerken:

2. Oprichting

2.1 Grondvoorwaarden

2.1.1 Aantal oprichters

Een CV moet door minstens 3 oprichters worden opgericht (art. 6:3 WVV). Dit verschilt fundamenteel van de BV en de NV waar één oprichter volstaat. Deze regel ondersteunt het coöperatieve, collectieve karakter.

2.1.2 Aanvangsvermogen en financieel plan

De CV moet bij oprichting een toereikend aanvangsvermogen hebben — er is geen wettelijk minimum, maar het vermogen moet voldoende zijn gelet op de geplande activiteit (art. 6:4 WVV). Het vermogen kan bestaan uit eigen vermogen (inbrengen) en vreemd vermogen (leningen, kredieten).

De oprichters moeten een financieel plan opstellen (art. 6:5 WVV) dat aan de notaris wordt overhandigd. Dit plan verantwoordt het aanvangsvermogen voor de eerste twee jaar en is cruciaal bij faillissement binnen de eerste 3 jaar: indien het plan kennelijk onvoldoende was, kunnen oprichters persoonlijk aansprakelijk worden gesteld (oprichtersaansprakelijkheid).

2.1.3 Inbrengmodaliteiten

Net als bij de BV zijn drie inbrengvormen mogelijk:

2.2 Vormvoorwaarden

3. Effecten

3.1 Aandelen op naam

Een CV kent aandelen op naam met stemrecht. Er moeten minstens 3 aandeelhouders met stemrecht zijn (art. 6:39 WVV), gelijklopend met de eis van 3 oprichters.

3.2 Obligaties

De CV mag obligaties uitgeven (art. 6:19 WVV), zowel op naam als gedematerialiseerd.

3.3 Gedematerialiseerde effecten

Effecten kunnen ook gedematerialiseerd zijn via boeking op een effectenrekening (art. 6:29 WVV).

3.4 Overdracht van effecten

4. Wijziging vennotenbestand: toetreding en uittreding

Dit is het meest typische kenmerk van de CV — het soepele in- en uittreden zonder statutenwijziging.

4.1 Toetreding

4.2 Uittreding

5. Vennootschapsorganen

5.1 Bestuur

5.1.1 Samenstelling

5.1.2 Duur

Bepaalde of onbepaalde duur, naargelang de statuten.

5.1.3 Benoeming en ontslag

Door de algemene vergadering (AVA) (art. 6:58 WVV).

5.1.4 Bevoegdheden

De bestuurders hebben de volheid van bevoegdheid om alle handelingen te stellen die nodig of nuttig zijn voor de verwezenlijking van het voorwerp van de vennootschap, behoudens de bevoegdheden die uitdrukkelijk aan de AV zijn voorbehouden (art. 6:61 WVV).

5.1.5 Beperkingen aan bevoegdheden

Statutaire beperkingen zijn niet tegenstelbaar aan derden, ook al zijn ze openbaar gemaakt (art. 6:61, §1 WVV). Dit beschermt de derde te goeder trouw.

5.1.6 Tegenstrijdige belangen

Wanneer een bestuurder een direct of indirect belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met dat van de vennootschap, moet hij dit melden en geldt een bijzondere procedure (art. 6:63 e.v. WVV).

5.1.7 Vertegenwoordiging

5.1.8 Dagelijks bestuur

Eén of meerdere personen kunnen worden belast met het dagelijks bestuur, alleen of gezamenlijk (art. 6:67 WVV).

5.2 Algemene vergadering

5.2.1 Algemeen

5.2.2 Bijeenroeping

5.2.3 Deelname

Aandeelhouders, commissaris en bestuurders nemen deel (art. 6:72 e.v. WVV).

5.2.4 Verloop

5.2.5 Stemrecht

5.2.6 Gewone algemene vergadering

5.2.7 Buitengewone algemene vergadering

5.3 Algemene vergadering van obligatiehouders

Indien er obligaties zijn uitgegeven:

6. Vermogen

6.1 Uitgifte nieuwe aandelen en toetreding

6.1.1 Algemene bepalingen

6.1.2 Inbreng in natura

Vereist een verslag van de commissaris of bedrijfsrevisor (art. 6:110 e.v. WVV) en een verantwoordingsverslag van het bestuursorgaan.

6.2 Alarmbelprocedure

Art. 6:119 WVV: wanneer het netto-actief negatief dreigt te worden of de vennootschap haar opeisbare schulden niet meer kan voldoen, moet het bestuursorgaan de algemene vergadering bijeenroepen om te beraadslagen over de toekomst van de vennootschap.

6.3 Instandhouding vermogen

6.3.1 Uitkeringen aan aandeelhouders en tantièmes

Voor elke uitkering (dividend, tantième, scheidingsaandeel) gelden twee tests:

6.3.2 Financiering verkrijging aandelen door een derde

Strenge voorwaarden (art. 6:118 e.v. WVV) — beperking op "financial assistance".

7. Aansprakelijkheid

Bestuurdersaansprakelijkheid wordt geregeld door art. 6:112 en 6:113 WVV:

8. Uitsluiting ten laste van het vennootschapsvermogen

De algemene geschillenregeling van Boek 2 WVV (uitkoop/uittreding) is niet van toepassing op de CV. Voor de CV bestaat een specifieke procedure in art. 6:123 WVV, gebaseerd op het soepele toetredings-/uittredingsregime.

9. Duur, ontbinding en nietigheid

10. Erkenning als CV en fiscale behandeling

10.1 Erkenning door de Nationale Raad voor de Coöperatie (NRC)

Een CV kan worden erkend door de Nationale Raad voor de Coöperatie, het Sociaal Ondernemerschap en de Landbouwonderneming. Erkende CV's voldoen aan strenge voorwaarden inzake coöperatieve principes (vrijwillig lidmaatschap, democratische besluitvorming, beperkte dividenduitkering, enz.) en genieten daardoor fiscale voordelen (o.a. vrijstelling roerende voorheffing op een eerste dividendschijf).

10.2 Boekhouding en fiscaliteit


Deel 2, Hoofdstuk 4 — Naamloze Vennootschap (NV)

1. Begrip en kenmerken

1.1 Algemene definitie

De naamloze vennootschap (NV) is, zoals elke vennootschap, een overeenkomst waarbij één of meer personen (natuurlijke of rechtspersonen) door inbreng een onderneming oprichten met een geoorloofd voorwerp, met het oogmerk hun vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen. De NV bezit rechtspersoonlijkheid.

1.2 Specifieke kenmerken — Boek 7 WVV

De NV wordt geregeld door Boek 7 WVV. Kenmerken:

2. Oprichting

2.1 Bedrag van het kapitaal

2.2 Plaatsing van het kapitaal

2.2.1 Volledige plaatsing

Het kapitaal moet volledig en onvoorwaardelijk geplaatst (= onderschreven) zijn — dwingend voorschrift (art. 7:4 WVV).

2.2.2 Inbreng in geld en in natura

2.2.3 Quasi-inbreng

Specifiek voor de NV: indien de vennootschap binnen 2 jaar na oprichting een vermogensbestanddeel verwerft van een oprichter, bestuurder of aandeelhouder voor een prijs gelijk aan minstens 1/10 van het kapitaal, moet een bijzondere procedure worden gevolgd (verslag bedrijfsrevisor, goedkeuring AVA). Doel: vermijden dat de strenge regels voor inbreng in natura worden omzeild via een achterafverkoop.

2.3 Storting van het kapitaal

2.4 Oprichtingsformaliteiten

2.5 Nietigheid

Art. 7:15 WVV — niet vereiste vorm, voorwerp strijdig met openbare orde, e.d.

2.6 Garantie en aansprakelijkheid

Art. 7:17 WVVoprichtersaansprakelijkheid:

3. Effecten en hun overdracht

3.1 Algemeen

Art. 7:22 WVV: een NV kan alle effecten uitgeven die niet door de wet zijn verboden.

3.2 Vorm van de effecten

3.2.1 Op naam

Inschrijving in het effectenregister en specifiek in het aandelenregister.

3.2.2 Gedematerialiseerd

Boeking op een effectenrekening bij een erkende rekeninghouder.

Toonderaandelen bestaan niet meer (afgeschaft).

3.3 Soorten effecten

3.3.1 Aandelen

3.3.2 Winstbewijzen

Art. 7:58 WVV: winstbewijzen vertegenwoordigen het kapitaal niet. Hun rechten worden volledig door de statuten bepaald (winstdeling, stemrecht enz.). Ze worden vaak toegekend aan personen die geen inbreng in geld of natura hebben gedaan (bijv. oprichters voor hun know-how).

3.3.3 Certificaten

Art. 7:61 WVV: hebben betrekking op aandelen, winstbewijzen of inschrijvingsrechten, uitgegeven door een rechtspersoon (Stichting Administratiekantoor / AdmK). De juridische eigendom blijft bij de certificeerder, de economische opbrengst (dividend, koersresultaat) gaat naar de houder van het certificaat. Vorm: op naam of gedematerialiseerd.

3.3.4 Obligaties

Art. 7:62 e.v. WVV: schuldinstrumenten — geen aandeelhouderschap, wel schuldvordering op de vennootschap. Varianten:

3.3.5 Inschrijvingsrechten (warrants)

Art. 7:67 e.v. WVV: geven het recht om in de toekomst, tegen een vooraf bepaalde prijs, nieuwe aandelen in te schrijven.

Tabel — Effecten van de NV

Effect Vertegenwoordigt kapitaal? Stemrecht? Hoofdrecht
Aandeel Ja In principe ja Volle aandeelhoudersrechten
Aandeel zonder stemrecht Ja Nee Preferent dividend
Winstbewijs Nee Volgens statuten Winstdeling
Certificaat Indirect (via AdmK) Nee (bij certificeerder) Economische opbrengst
Obligatie Nee Nee Schuldvordering + interest
Converteerbare obligatie Nee (initieel) Nee Schuld + conversierecht
Inschrijvingsrecht (warrant) Nee Nee Recht om aandelen te kopen tegen vaste prijs

3.4 Overdracht en overgang

3.4.1 Algemene regels

Art. 7:73 e.v. WVV:

3.4.2 Vrije overdraagbaarheid en mogelijke beperkingen

3.4.3 Uitkoopbod

Art. 7:82 WVV — squeeze-out: een aandeelhouder die 95% van de aandelen bezit, kan de minderheid uitkopen.

3.4.4 Openbaarmaking belangrijke deelnemingen

Art. 7:83 WVV — transparantieverplichting (vooral relevant voor genoteerde NV's): meldingsdrempels (5%, 10%, enz.).

4. Vennootschapsorganen

4.1 Bestuur

De NV kent drie bestuursmodellen (vrij te kiezen in de statuten):

4.1.1 Monistisch bestuur — Raad van bestuur

Art. 7:85 e.v. WVV — het klassieke model.

4.1.1.1 Samenstelling
4.1.1.2 Bezoldiging

In principe bezoldigd, afwijking mogelijk (art. 7:89 WVV).

4.1.1.3 Bevoegdheid en werking

4.1.2 Enige bestuurder

Art. 7:101 WVVnieuwigheid sinds WVV.

4.1.3 Duaal bestuur — Raad van toezicht + Directieraad

Art. 7:104 e.v. WVV — geïnspireerd op het Duitse model.

4.1.3.1 Organen en samenstelling
4.1.3.2 Bezoldiging
4.1.3.3 Bevoegdheid en werking

Raad van toezicht (art. 7:109 WVV):

Directieraad (art. 7:110 WVV):

Algemeen:

Tabel — De drie bestuursmodellen

Model Aantal leden Genoteerd toegelaten? Specifiek kenmerk
Monistisch (raad van bestuur) Minstens 3 (of 2 bij 2 aandeelhouders) Ja Collegiaal, ontslag ad nutum (tenzij statuten afwijken)
Enige bestuurder 1 Nee Statutair of niet-statutair
Duaal (RvT + directieraad) Elk minstens 3, geen cumul Ja Scheiding toezicht en uitvoering

4.1.4 Dagelijks bestuur

4.1.5 Bestuurdersaansprakelijkheid

4.1.6 Belangenconflict — Art. 7:96 WVV

Wanneer een bestuurder van een NV een rechtstreeks of onrechtstreeks belang van vermogensrechtelijke aard heeft dat strijdig is met dat van de vennootschap bij een beslissing van het bestuursorgaan:

  1. De bestuurder moet zijn belangenconflict meedelen aan de andere bestuurders vóór de beraadslaging.
  2. Zijn verklaring wordt opgenomen in de notulen.
  3. Hij mag niet deelnemen aan de beraadslaging noch aan de stemming over deze beslissing.
  4. De commissaris (zo aanwezig) wordt ingelicht.
  5. In de jaarrekening wordt het belangenconflict toegelicht (aard, vermogensgevolgen).

Voor de enige bestuurder (art. 7:102) en het duaal bestuur (art. 7:115) gelden aangepaste procedures.

4.2 Algemene Vergadering van aandeelhouders

4.2.1 Spelregels

4.2.2 Gewone algemene vergadering

4.2.3 Bijzondere algemene vergadering

4.2.4 Buitengewone algemene vergadering

Tabel — Meerderheden in de buitengewone AV NV

Soort beslissing Aanwezigheidsquorum Stemquorum
Gewone statutenwijziging 50% van het kapitaal 3/4 van de uitgebrachte stemmen
Wijziging van het voorwerp of de doelen (sociaal oogmerk) 50% van het kapitaal (art. 7:154 WVV) 4/5 van de uitgebrachte stemmen
Wijziging rechten van een aandelensoort 50% per soort 3/4 per soort
Omzetting / fusie / splitsing 50% 4/5
Ontbinding (vrijwillig) 50% 4/5

4.3 Vennootschapsvordering en minderheidsvordering

4.4 Algemene vergadering van obligatiehouders

5. Kapitaal

5.1 Kapitaalverhoging

5.1.1 Algemene regels

5.1.2 Inbreng in geld — Voorkeurrecht

Art. 7:188 e.v. WVV:

5.1.3 Inbreng in natura

Art. 7:196 e.v. WVV: net als bij oprichting, verslag bestuursorgaan + verslag commissaris/bedrijfsrevisor vereist.

5.1.4 Toegestaan kapitaal

Art. 7:198 e.v. WVV:

5.1.5 Kapitaalverhoging ten gunste van het personeel

Art. 7:204 e.v. WVV: specifieke regels voor werknemersaandelenplannen.

5.1.6 Garantie en aansprakelijkheid bestuursorgaan

Art. 7:206 e.v. WVV: bij kapitaalverhoging geldt een aansprakelijkheidsregime analoog aan dat van de oprichters.

5.1.7 Methodes van kapitaalverhoging

5.2 Kapitaalvermindering

5.2.1 Algemeen

Art. 7:208 WVV:

5.2.2 Terugbetaling aan aandeelhouders

5.2.3 Tot aanzuivering van verliezen

5.3 Instandhouding van het kapitaal van de vennootschap

5.3.1 Winstverdeling

5.3.2 Verkrijging eigen aandelen, winstbewijzen of certificaten

Art. 7:215 e.v. WVV:

5.3.3 Alarmbelprocedure

Art. 7:228 e.v. WVV — kapitaalsbescherming:

6. Duur en ontbinding

7. Strafbepalingen

Art. 7:232 WVV — strafrechtelijke en burgerrechtelijke sancties bij overtreding van de NV-regels (valse stortingen, geen alarmbel, fout financieel plan, e.d.).

8. Bijzonderheden voor de genoteerde NV

Een genoteerde NV is een NV waarvan aandelen of certificaten zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Specifieke regels:

9. Geschillenregeling (niet-genoteerde NV)

Op de niet-genoteerde NV is de algemene geschillenregeling van Boek 2 WVV van toepassing:

10. Boekhouding en fiscaliteit (kort)